Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
uitzondering van de Neder-Lausitz (Wenden, die in aantal afnemen), de
Silezische bocht (Opperduitschers), Posen, een deel van West- en Oost-
Pruisen , waar Polen, Kaschuben en Masuren wonen.
De dichtheid van bevolking is in de Noordduitsche laagvlakte zeer
ongelijk. Het minst dicht is die op de zand- en grinthoogten, die zich
rondom de Oostzee tusschen de rivieren uitstrekken: de Pruisische, Pom-
mersche, Mecklenburgsche, Holsteinsche en Steenwijksche rug. Maar de
scliraalheid des bodems is daarvan niet de eenige schuld; want de naburige
zandvlakten van Brandenburg hebben i a 2000 menschen meer op de
□ G.M. Zonder twijfel werkt op den Noordelijken rug sterk mede het
ontbreken van rivieren die als af- en aanvoerwegen naar en van zee kun-
nen worden gebruikt. Groote steden worden op de merenplateau's dan ook
niet gevonden. Waar echter Weichsel en Oder zich een' weg banen, daar
treffen we eene dichtere bevolking en groote steden aan. Tot de zwakst
bevolkte gedeelten behooren verder de Lttneburger heide, de veenstreken
tusschen Wezer en Eems en het moerassige Spreewoud.
Het dichtst bevolkt is de bocht van den Rijn bij Keulen, waar het
verkeer met Nederland , België en Noordwest-Duitschland als in een' trechter
samenloopt en waar bovendien in het nabijgelegen bergland, in het gebied
van Ruhr en Wtlpper, de rijkdom aan delfstoffen een levendigen bergbouw
en eene drukke industrie in 't leven heeft geroepen. Verder de vrucht-
bare industriestreek tusschen Teutoburgerwoud en Wezergebergte, waarvan
Bielefeld en Herford de brandpunten zijn. Vervolgens de mondingsge-
bieden van Wezer, Elbe en Trave, waar de zeehandel in Bremen, Ham-
burg en Lübeck volkrijke middelpunten, en de vruchtbare marschgronden
langs de rivieren eene dichte landbouwende bevolking hebben doen ont-
staan. Ook langs den noordrand der middelgebergten woont eene vrij dichte
bevolking, die middellijk in de opbrengsten deelt, welke bergbouw en nijver
heid aan de bergbewoners schenken. Midden in de Noordduitsche laagvlakte
heeft zich Berlijn tot eene stad van i millioen inwoners verheven te midden
van eene niet meer dan matig bevolkte streek door hare gunstige ligging
als centrum, maar niet minder als hoofdstad van Duitschlands eersten staat
en als kruispunt van vele spoorwegen.
B E R L IJ N.
Op het eerste gezicht schijnt de ligging van Berlijn bepaald ongunstig
te zijn. De omgeving is allesbehalve schoon en vruchtbaar te noemen,
daar zandige streken (vandaar de bijnaam van „zandkoker" voor dit deel
van de mark Brandenburg) en moerassen elkaar afwisselen. Ook het klimaat
is in geenen deele aangenaam of bijzonder gezond. Geen beschutte inham
p. R. BOS , ülobe. 6