Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
strektheden te voorschijn komen. In Silezie bevat de juraformatie zeer uit-
gestrekte en belangrijke lagen ijzererts, terwijl in de schelpen-kalk zeer
veel bruinijzersteen, galmei en loodglans voorkomt. Daarenboven zijn er
rijke steenkoollagen in de nabijheid, zoodat het niet behoeft te verwon-
deren, dat de omstreken van Tarnowitz reeds lang van zeer veel belang
voor den bergbouw zijn.
Tot de hier en daar verstrooid liggende oudere vormingen in het gebied
der laagvlakte behooren de schoone krijtrotsen van het eiland Rügen, de
lagen schelpenkalk van Rüdersdorf bij Berlijn en het kleine gips bevattende
gedeelte rotsgrond bij Lüneburg. Deze beide laatste liggen in ééne lijn met
het eiland Helgoland, dat uit dezelfde formatie bestaat. Zeer waarschijnlijk
hebben we dus hier te doen met gesteenten, die bij dezelfde gelegenheid
zijn opgeheven, doch waarvan verreweg het grootste gedeelte door dilu-
viale gronden is overdekt. Uit de kalksteengroeven van Rüderdorf wordt
bouwsteen voor Berlijn gehaald. Sperenberg levert steenzout; het boorgat
is 1269 meter diep en tegenwoordig het diepste boorgat op aarde. De
schelpenkalk bij Rüdersdorf levert ook eene meststof. Bij Stassfurth worden
sedert 1852 groote massa's keukenzout en kalizouten gewonnen. Zeer dicht
bij den kalk- en gipsberg, aan welks voet Lüneburg is ontstaan, worden
zoutbronnen aangetroffen.
Hoewel de Noordduitsche laagvlakte als uiterste grenzen in 't Z. en N.
de 51ste en de 5Sste parallel heeft en dus vrijwel midden tusschen aequator
en pool ligt, is de temperatuur toch nogal verschillend in de verschillende
deelen. Over 't geheel neemt de jaartemperatuur af van 't westen naar het
oosten. Waar de vlakte langs den Rijn het bergland binnendringt tot Bonn,
vinden we eene gemiddelde jaartemperatuur van 9 tot 10° C, over eene
kleine uitgestrektheid onmiddellijk langs den Rijn bij Keulen zelfs eene van
10—11°. Van het Rijn-bekken tot de Oder treffen we in de laagvlakte,
met uitzondering van op den Sleeswijk-Holsteinschen landrug, Rügen en
de kuststreken ten westen van den Odermond (waar de gemidd. jaartemp.
7—8° C. bedraagt) eene gemidd. jaartemp. van 8—9° C. aan. Verder oost-
waarts daalt de jaartemp. tot 7—8°, en in de provincie Pruisen, behalve
bij Danzig en in de Weichseldelta tot 6—7° C. De Thurmberg ten NW. van
Danzig heeft eene gemiddelde jaartemperatuur van 5—6° C. In den zomer zijn
de lagere streken langs Weichsel, Oder en Elbe ongeveer 1° warmer (17—18°
C.) dan de Noordduitsche meervlakten (16—17°), terwijl de Oostfriesche
waddeneilanden, Wilhelmshafen, 't midden van Holstein, 't oosten van
Mecklenburg en de Thurmberg dan 15—16° C. hebben. De invloed van
de zee op 't klimaat spreekt zeer duidelijk in de verdeeling van de warmte
gedurende de maand Januari. Het warmst is het dan aan de oevers van
den Rijn (i—2° C.); het Rijnbekken (n.l. de golfvormige bocht die het
laagland bij den Rijn in het bergland maakt), het Eems- en Wezergebied,
de kuststreken langs de Noordzee, ook langs de Elbe opwaarts tot Ham-
burg, hebben dan 0—1° C. Het Elbegebied, de Sleeswijk-Holsteinsche rug
en de westelijke helft van Mecklenburg vallen in het gebied van — i—0°