Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
2, hoogstens 3 meter bereikt. Van den kam uit gezien bieden deze lage
donkere wouden eene aangename afwisseling aan met het lichtgroen der
meestal lager gelegene weiden. Het hout van den dwergden wordt als
brandhout en voor snijwerk gebruikt. Nog hooger, op den kam, komen
weinig dwergdennen meer voor en op de Schneekoppe ontbreken ze geheel;
daar groeien slechts Anemone alpina, Byssus jolithus en korstmossen. De
kam en de hoogste toppen zijn met groote en kleine rotsblokken bezaaid,
een bewjs, dat ze door verweering reeds aanzienlijk lager zijn geworden.
Geen wonder, dat het Reuzengebergte rijk aan sagen is. Het heeft in
den bekenden Rübezahl, over wiens naamsoorsprong al vele bladzijden
zijn volgeschreven, zelfs een afzonderlijken berggeest, die allen, welke hem
door het roepen van zijn' naam beleedigen, straft, bedriegers er leelijk
laat inloopen, maar arme brave menschen vorstelijk beloont. Overal in
't gebergte heeft het volk sagen gedicht, waarvan Rübezahl het middelpunt
is, de grillige geest van dit gebergte met zijn nukkig klimaat. Maar de
rechte tijd voor sagen is voorbij: slechts weinigen gelooven nog aan de
wonderdoende macht van den berggeest, en de gidsen verhalen den reizi-
ger zijne daden op een' toon, die duidelijk bewijst, dat hun geloof heel
wat minder sterk is dan hun geheugen. Zelfs uit de sage weet de bergbe-
woner geld te slaan; want bijna niemand die Rübezahls gebied bezoekt,
verlaat het zonder eene „Rübezahl-Pfeife" te hebben gekocht.
De Schneekoppe, is de hoogste top der Duitsche middelgebergten. Op
het „Koppenplan", eene hoogvlakte, die met dwergdennen bewassen en
rijk aan moerassige venen is, verheft zich de eigenlijke Schneekoppe, eene reus-
achtige piramide, die aan den noordkant uit brokken graniet, gneis en
glimmerschiefer schijnt te zijn opgestapeld, aan de zuidzijde evenwel meer
uit samenhangende rotsmassa's bestaat. Vooral naar de zuidzijde, naar den
627 M. diepen „Aupa"- of „Riesengrund" is de helling zeer steil en
woest. Op den top staat eene ronde kapel en verder twee goed ingerichte
logementen, waar zelfs eene brievenbus is. Het uitzicht van de Koppe is
schoon. „Van Breslau tot Praag reikt de blik; Silezie en Bohemen liggen
als eene landkaart uitgebreid: de verschillende deelen van het Silezische
gebergte; de hooge Reuzenkam en de kam van het Eulengebergte; de
bergketels van Waldenburg en Glatz met hunne koepel- en kegelvormige
bergen; de Zobtenberg, de voorpost van het bergland, en in de verte
blauwend het Gesenke met den Altvater; aan den anderen kant het Sak-
sisch Ertsgebergte, en achter de bergen de Silezische vlakte tot aan de
grenzen van Polen; de tallooze torens van steden en dorpen en het bonte
miniatuur-mozaïk van velden en weiden en wouden." Zoo schildert Daniel
het uitzicht van de Schneekoppe, en hoewel ik graag wil gelooven, dat
zulk een ruim uitzicht mogelijk is, moet ik bekennen tot de minder door
Rübezahl begunstigden te behooren. Wat mijne reisgenooten en mij het
meest trof, was het prachtig stoute gezicht in den Riesengrund en het
vergezicht naar het noorden, naar Schmiedeberg, Warmbrunn en Hirschberg.
Het Reuzengebergte is dicht bewoond, vooral in de dalen, maar ook