Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
De Neckar, die het landschap in eene westelijke en eene oostelijke
helft verdeelt, ontspringt op de Baar, het plateau, dat den Zwabischen Jura
en het Zwarte woud met elkander verbindt. Weldra groeit de kleine
waterader tot eene beek aan, die beneden Schwenningen reeds molens in
beweging brengt. Bij Rottweil neemt ze het karakter van woesten bergstroom
aan, die door een loo M. diep dal evenwijdig met het Zwarte woud naar
het noorden loopt en reeds voor houtvlotterij wordt gebruikt. Waar de
rivier'zich naar 't noordoosten wendt, begint haar middelloop, die bij
Heidelberg in den benedenloop overgaat. Het dal van den middelloop
bestaat uit eene rij van ketelvormige ruimten, die door enge dalen ver-
bonden zijn. In deze vruchtbare, door woud- en ooftrijke heuvels ingesloten
keteldalen liggen de steden Rottenburg, Tübingen, Reutlingen en Plochin-
gen. Beneden laatstgenoemde stad treedt de rivier, na een breeden rug te
hebben doorstroomd, in het bekken van Esslingen. De Neckar wordt nu
breeder en dieper, en zijn dal steeds schooner. Vervolgens komt het
schoone en vruchtbare bekken van Cannstadt, waarin Stuttgart ligt. De
rivier wordt hier voor grootere schepen bevaarbaar. Welig druivenloof
bekleedt hier de zonnige heuvels; de hoogten en de diepe zijdalen zijn
met wouden van ooftboomen bedekt; breede weiden strekken zich aan
weerszijden van de rivier uit; de heuvels dragen kerken, die het hoogste
punt der in het dal en tegen de hellingen gebouwde dorpen vormen. Drie
mijlen beneden Cannstadt spiegelt zich het vriendelijke Marbach, Schillers
geboorteplaats, in den Neckar. I^uffen heeft zijn' naam van den snellen
stroom der rivier, die nu voortijlt naar het schoone bekken van de oude
rijksstad Heilbronn. Drie uren verder ligt Wimpfen. De behoorlijkheid der
oevers wordt verhoogd door de ruïnen van burchten, die aan weerszijden
de steeds nauwer samendringende bergen kronen. Bij Eberbach begint de
rivier tusschen het Zwarte- en het Odenwoud door te breken.
Tusschen Plochingen en Eberbach ontvangt de Neckar eenige belangrijke
bijrivieren, n.l. links de Enz, die van het Zwarte woud komt en langs
Pforzheim stroomt, en rechts de Kocher en de Jagst of Jaxt, die dicht
bij elkaar ontspringen, de eerste ten zuiden van Aaien op het Hartfeld,
de laatste op de Ellwanger bergen. Beide laatste rivieren stroomen met
onstuimigen loop, — zooals hare namen aanduiden: de kokende en de
jagende, — en evenwijdig aan elkander. Bij de Jagst wordt de herinnering
opgewekt aan Götz von Berlichingen met de ijzeren hand, den laatsten ver-
tegenwoordiger van de ridderschap, die hier in 1480 geboren werd.
Bij Eberbach stroomt de Neckar eene romantische, eenzame woudstreek
binnen, tot hij de oude hoofdstad der Keurpaltz, het veelgeprezene Hei-
delberg bereikt. Hier schuimt hij over de laatste resten van den doorge-
broken rotsmuur. Als pilaren bij deze poort verheffen zich de Königsstuhl
en de Heiligenberg. Nu begint de benedenloop der rivier, die na drie
mijlen door de Bovenrijnsche laagvlakte te zijn gestroomd, bij Mannheim
den Rijn bereikt.
Wij keeren naar het bekken van Cannstadt terug, waar alle verkeerswegen
5*