Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
Donau; daarop volgt het Donau-bekken en eindelijk behooren er nog toe
deelen van het Beiersche en het Bohemerwoud.
Bij Regensburg dringt de Donau het verst naar het noorden; geen
wonder dus, dat deze stad van oudsher een handelsmiddelpunt voor Zuid-
en Middel-Duitschland was. Bij de grenzen van Neder-Beieren breekt de
rivier door de zuidoostelijke uitloopers van den Frankischen Jura. Daar-
mede neemt zij een ander karakter aan; want was zij vroeger vaak in
verscheiden armen verdeeld, nu heeft zij ééne bedding. Vandaar komt het,
dat aan den bovenloop van de Donau zoo weinig plaatsen liggen, terwijl
van Kelheim tot Passau daarentegen steden en dorpen elkander onafge-
broken opvolgen. Van Regensburg tot voorbij Straubing strekt zich de
Dunga-bodem uit, een uiterst vruchtbaar korenland. Deze streek telt vele
flinke dorpen, met een welvarenden boerenstand. De 24 uur lange Donau-
vlakte wordt bij Osterhofen afgesloten door een woudrijk heuvelland. De
linker Donau-oever is arm aan groote bijrivieren; het Beiersche woud nadert
de rivier te dicht dan dat hier groote rivieren zouden kunnen zijn. De
Regen moet dan ook lang evenwijdig aan den hoofdstroom loopen, vóór
hij er zich mede kan vereenigen. De Ilz nadert langzaam langs een zeer
bochtig dal de Donau en vereenigt er zich mede bij Passau. De voor-
naamste bijrivieren van den rechterkant zijn Isar en Inn. De Isar is in
Neder-Beieren minder rijk aan grintbanken dan vroeger, maar behoudt
toch haar oud karakter nog tot aan haar mond. Eene mijl voor dien mond
zijn hare oevers met wilgenstraiken bedekt en onbewoond. De grintbodem
spot met iedere poging tot ontginning. De Inn is tot aan Schärding rijk
aan banken en eilandjes en op den Beierschen oever arm aan dorpen.
Beneden Schärding loopt hij, door bergen ingesloten, door een smal dal
naar de Donau.
De beide deelen, waarin de Donau Neder-Beieren scheidt, verschillen
zeer ten opzichte van den grond zoowel als ten opzichte van de bevolking.
Rechts is een vruchtbaar land, bezaaid met dorpen, gehuchten en boeren-
hofsteden; alleen de groote rivieren hebben steden aan hare oevers. Links
vinden we woeste wouden, waar veeteelt, houthakken, kolenbranden en
de geringe nijverheid van een bergvolk de bezigheden zijn; daarnaast het
goed bevolkte Passauer woud met veel verkeer, landbouw, veeteelt en
industrie.