Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
sterk is hier de invloed van den landbouw, dat zelfs de in de historie be-
kende steden Freising, Moosburg en Friedberg in den nieuweren tijd het
karakter van landstadjes hebben aangenomen.
Met de geleding van het land tusschen Lech en Isar komt die tusschen
Isar en Inn in hoofdzaak overeen. Ook hier onderscheiden we een berg-
landschap, een merenrijk heuvelland, vervolgens venen en moerassen bij
Aibling en Rosenheim, eene grintvlakte bij Holzkirchen en naar het noor-
den strekt zich naar Neder-Beieren toe een heuvellandschap uit, evenals dat
van de Paar en de Glon. Toch is er verschil. Het hooggebergte dringt
hier niet zoo ver in Opper-Beieren op en is er niet zoo hoog als tusschen
Lech en Isar. Het kan twee dichtbevolkte dalen aanwijzen, het Weissach-
thal bij Kreuth en het Leizachthal bij Beiersch-Zell. Verder zijn berg- en
heuvelland hier terrasgewijze met elkaar verbonden. Het bergachtige voor-
land van Tölz tot Brannenburg heeft vele boerenhofsteden en dorpen. Hier
kon zich de landbouw beter ontwikkelen dan in het eigenlijke hooggebergte.
Daarom zijn in de streek van Tölz, Meisbach, Tegernsee, Beiersch-Zell
en Brannenburg de Beiersche volksgebruiken, volksdrachten en volkslie-
deren het best tot ontwikkeling gekomen. Twee Alpenmeren, Tegem- en
Schlier-meer, gemakkelijk genaakbaar en met dicht bevolkte omstreken,
liggen midden in dit schoone landschap.
Het land tusschen de Isar en de oostgrens van Beieren behoort grooten-
deels tot gebied van den Inn. Wel heeft ook deze het karakter van berg-
stroom, maar doordien hij zeer waterrijk is, kan hij voor de scheepvaart
worden gebruikt. Daardoor reeds en bovendien door zijne meer begaanbare
oevers liggen er meer plaatsen aan dan aan Lech en Isar, en is het ver-
keer er levendiger. Rosenheim, Wasserburg, Kraiburg, Mtlhldorf en Neu-
ötting zijn plaatsen met vrij levendige riviervaart. De Italiaansche bouwtrant
der huizen tot Passau toe leidt tot het maken van de gevolgtrekking, dat
deze streken in vroegere dagen gedurende langen tijd verkeer hebben ge-
had met Italië. Het Inngebied heeft door zijne lagere ligging een milder
klimaat dan de meer westelijk gelegen deelen der hoogvlakte. De geheele
Beiersche hoogvlakte toch helt vrij aanzienlijk van 't westen naar het oosten,
en deze helling is aan den voet der Alpen grooter dan langs den
Donau. Tusschen Schongau aan de Lech en Salzburg bedraagt het ver-
schil in hoogte 260 meter. De Inn ontvangt van weerszijden een aantal
bijrivieren. Het Chiemmeer is een dergelijk middelpunt in het oosten als
het Ammer- en Würm-meer in het westen. Maar het Chiemmeer is door
moerassen omgeven, zoodat zijne oevers schraal bevolkt zijn. Het mag
hier niet onvermeld blijven, dat alle groote meren hier reeds vroeg mid-
delpunten voor de ontwikkeling werden, daar er in den ouden tijd kloo-
sters werden gesticht. Verder moet in 't gebied der Salzach nog Berchtes-
gaden worden genoemd, waar de Alpen zoo schoon zijn, dat ze met de
schoonste partijen in Zwitserland kunnen worden vergeleken.
Neder-Beieren is nog minder dan Opper-Beieren een geheel. Het grootste
deel er van wordt gevormd door de voortzetting van het hoogland tot de