Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
BRONNEN VAN BESTAAN IN ZWITSERLAND.
Zwitserland is rijk aan natuurschoon, maar niet aan voortbrengselen.
Ruim 31.5 "/(, van zijn' bodem is improductief, en slechts 15.6 wordt
voor bouwland gebruikt. Het meeste bouwland ligt op de hoogvlakte,
verder ligt er nog in de lagere dalen en tegen sommige berghellingen op.
't Spreekt dus wel vanzelf, dat een groot gedeelte van het koren voor de
con'sumptie moet worden ingevoerd. Slechts de helft van de Zwitsers kan
zich met Zwitsersch koren voeden; Duitschland, Hongarije en de Donau-
provincien leveren het te kort. Hoewel aan de wijnteelt vrijwat wordt ge-
daan , vooral aan het meer van Genève en van Neuchdtel en in het laagste
deel van Wallis, moet Frankrijk toch nog altijd in een te kort aan wijn
voorzien. Sommige kantons, zooals Aargau, Ztirich, Schaffhausen en Thur-
gau leveren groote hoeveelheden ooft.
Nog altijd is bijna 18 "j^ van Zwitserlands bodem met bosschen bedekt;
maar toch heeft men in deze eeuw veel hout uitgeroeid, zonder aan eene
geregelde wecleraanplanting te denken. Vooral in de kantons Tessino en
Wallis zijn ten nadeele van het land zeer vele wouden gekapt. De woud-
kantons verdienen dien naam niet meer, en het groote woud, dat het kan-
ton Ünterwalden in twee deelen scheidde, is zoodanig geslonken, dat het
op sommige plaatsen nauwelijks den naam van bosschage meer kan dragen.
Natuurlijk stijgen de prijzen van timmer- en brandhout, zoodat Zwitserland
tegenwoordig hout en steenkool moet invoeren. Waarom men niet meer
gebruik maakt van de groote venen en van de anthraciet-beddingen in
Wallis, is niet geheel duidelijk.
Voor veeteelt en hooibouw wordt 35.8 "/q van de oppervlakte des lands
gebruikt. De almen • op de Alpen en de weiden in den Jura zijn nog óf
gemeenschappelijk bezit van eene stad of een dorp, óf het zijn domeinen,
die aan vereenigingen behooren. Kaas en boter worden er voor gemeen-
schappelijke rekening bereid. Men legt zich hoofdzakelijk toe op de kaas-
bereiding; de meest bekende soorten zijn de Gruyères en de Emmenthaler.
Ook wordt veel gecondenseerde melk uitgevoerd. Het Zwitsersche rundvee
is ook in het buitenland zeer geschat. In 1876 werd de waarde van het
gezamenlijke vee geschat op 500 millioen francs.
Eertijds, toen Zwitserland haast geene andere bezigheden kende dan
zijn pooveren landbouw, de veeteelt, het houthakken, houtvlotten, kolen-
branden en houtsnijden, was het niet in staat al zijne bewoners te voeden.
Wilden de bergbewoners een redelijk bestaan vinden of tot grootere welvaart
komen, dan moesten zij hun vaderland verlaten en gedurende lange jaren
in het buitenland vertoeven. Groot en sterk als zij waren, kozen ze vaak
den krijgsmansstand. Sommige kantons maakten zelfs van den goeden naam,