Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
Maar niet alleen wat den warmtegraad, ook wat de hoeveelheid regen
betreft, zijn de Alpen van invloed. Het uitgestrekte hooggebergte ontvangt
natuurlijk veel regen en sneeuw, 't Behoeft dus niet te verwonderen, dat
er vele rivieren haar oorsprong nemen, en dat er vele gletschers zijn. Deze
laatste verminderen voortdurend de hoeveelheid sneeuw en daarmede het
gevaar van de lawine-vorming, doordien ze steeds naar beneden schuiven.
Verder zijn ze waterreservoirs, die juist in den zomer, als de op de middel-
gebergten ontspringende bijrivieren van Rijn, Donau enz., het armst aan
water zijn, rijke bijdragen leveren.
De Alpen scheiden het gebied van de regens gedurende alle jaargetijden
van dat der regens gedurende één jaargetijde, tevens dat van de droge
zomers. Tengevolge van deze ongelijke verdeeling der regens over het jaar
draagt de landbouw in Middel- en Zuid-Europa ook een geheel verschillend
karakter. Ginds, waar de regen hoofdzakelijk in den zomer valt, groote
bebouwde perceelen met afwateringskanalen, waar de landbouwer zich van
machines bedient, en uitgestrekte weiden; hier, waar de zomer het droge
jaargetijde is, kunstmatige besproeiing, die over slechts kleine uitgestrekt-
heden kan plaatshebben en dus meer het karakter van tuinbouw aanneemt.
Verschil in temperatuur en regen verdeeling oefenen natuurlijk een sterken
invloed uit op den plantengroei. Olijven, vijgen, amandelen, in't kort alle
zuidvruchten gedijen in Italië, terwijl men ze ten noorden van de Alpen
te vergeefs zoekt. Terwijl in Duitschland de wijndruif op de zuidhelling
van heuvels en bergen wordt gekweekt, plant men ze in de Lombardijsche
vlakte rondom de velden, waar ze tegen de boomen zich opslingert.
Waar de Alpen delfetoffen leveren, en dit is hoofdzakelijk het geval in
de Oost-Alpen, daar heeft zich bergbouw en industrie ontwikkeld. Beieren
en Salzburg zijn rijk aan zout; Stiermarken en Karinthië leveren veel
ijzer; Karinthië bezit lood, en bij Idria wordt kwikzilver gewonnen. Bijna
overal biedt het stroomende water zijne hulp als beweegkracht bij de nijver-
heid. In Zwitserland, waar stroomend water in overvloed aanwezig is,
maar metalen bijna geheel ontbreken, was het hoofdzakelijk de schraalheid
van den bodem, die tot hand werksn ij verheid dwong, en in vele gevallen
is deze bij welslagen in fabrieksnijverheid overgegaan.
Het is onmogelijk, in een zoo kort bestek den invloed van de Alpen
op den mensch ook maar eenigszins nauwkeurig aan te geven. We zullen
daarom deze ruwe schets besluiten met er nog even op te wijzen, dat zooi-
wel de hedendaagsche schilder- en dichtkunst als de geologie, de geographie,
de ethnologie, de historie en andere wetenschappen van onzen tijd in de
Alpen een bij uitstek vruchtbaar terrein vinden.