Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
HHÜF
11. ZA\aTSERLAND.
de alpe;n.
Wie de Alpen nadert, hetzij hij van het noorden over de Zwabische of
de Beiersche hoogvlakte of uit Bohemen of Moravie kome, hetzij hij in
noordelijke richting over den donkerblauwen spiegel der Adriatische zee
vare of door het schoone land der Lombardijsche vlakte trekke, — hij
ziet aan den horizon een steil uit de vlakte opstijgenden muur, die al naar
het jaargetijde of ook naar de plaats waar hij zich bevindt, meer of minder
met sneeuw bedekt is. Onduidelijk, flauw geteekend vertoont zich die muur
aan zijn oog, zoodat hij niet zeker weet, of het eene wolkenlaag dan wel
een verwijderd gebergte is, wat zich aan zijne blikken vertoont. Rechts en
links strekt zich de muur uit, steeds onduidelijker en matter wordende,
tot hij in de verste verte verdwijnt. Heeft het onbewegelijke en onver-
anderlijke van dien muur hem reeds spoedig ervan overtuigd, dat die
smalle gordel aan den horizon het hooggeprezen Alpenland is, de steeds
verminderende afstand doet het gebergte — vooral indien de locomotief
hem naderbij voert, — uit den bodem verrijzen en toont hem weldra zijne
grootsche vormen. Eerst ziet hij enkele groote omtrekken, doch langzamer-
hand komen steeds kleinere deelen te voorschijn en maken zich los uit de
massa's. De voorwerpen worden naast en achter elkander zichtbaar: reeds
onderscheidt het oog de golvende omtrekken van verscheiden bergkammen,
die trapsgewijze naar het midden van 't gebergte in hoogte toenemen, en
reeds ziet het, hoe op den verren achtergrond hier en daar een bergkop
boven den anderen verrijst en eene nog grootere zilveren kroon draagt dan
de overige.
Nog eenige uren, en de locomotief vliegt de lage voorgebergten van het
Alpenland binnen. Zij rolt over bruggen, die zilverheldere wateren over-
spannen. Reeds zijn de diepe insnijdingen der dalen zichtbaar, waardoor
de onuitputtelijke rijkdom aan vormen zich in nog rijkere mate begint te
ontwikkelen. De hooge sneeuwkoppen van het binnenste gebergte hebben
zich achter de voorbergen verscholen, maar nu maken deze den indruk
van grootsche bergmassa's van den meest verschillenden vorm en de bontste
groepeering. En al breeder en grootscher, al schooner en stouter, al trotscher