Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Het Nederlandsche ijzeroer bevat 30 a 40, soms zelfs 60 "/(, ijzer. De
smeltbaarheid is zoo groot, dat het slechts 5 a 10 kalk behoeft. In
Duitschland vermengt men de veel moeilijker smeltbare ijzerertsen met
oer, waardoor eene aanzienlijke hoeveelheid kalk wordt bespaard.
Het ijzeroer wordt tegenwoordig ook gebruikt tot het maken van eene
zoogenoemde ijzer-menie, eene v.erfstof die het ijzer tegen roesten beschermt.
STEENKOLEN IN LIMBURG.
In het schoone Zuid-Limburg, in de nabijheid van Kerkrade en ten
zuiden van Gulpen, liggen de oudste gronden van Nederland. Hoe lang
het geleden is, dat alleen die gedeelten van ons land zich uit de zee ver-
hieven, terwijl het overige van Nederlands bodem met water was bedekt,
'laat zich niet bepalen; maar zeer stellig is het lang, zeer lang, misschien
vele millioenen jaren geleden. De kusten van die zee bestonden uit zand-
steen en zand met afgeronde keien, lei- en kalksteenrotsen. Het land was
toen bedekt 'met dichte wouden, die, ten gevolge van eene veel hoogere
temperatuur, uit tropische planten bestonden, o. a. uit boomvarens, boom-
achtige lycopodien, naaldhout dat met de araucaria's van Australië veel
overeenkomst vertoonde, sigillaria's of zegelboomen en reusachtige equi-
seten of paardestaartachtigen. De plantengroei verschilde dus hemelsbreed,
van den tegenwoordigen, zelfs worden die soorten thans nergens op aarde
meer aangetroffen; men kent ze alleen uit versteeningen: 't zijn uitge-
storven planten.
Door deze wouden stroomden waterrijke rivieren, die haar slib in en
voor de mondingen lieten bezinken, waardoor banken en eilanden ontston-
den, die met planten begroeiden. Door overstroomingen der rivieren wer-
den boomen ontworteld en neergeworpen; deze werden met slib overdekt,
en deze slib vormde weer een nieuwen bodem, waarop wouden opgroei-
den. Waarschijnlijk hadden er ook herhaaldelijk verzakkingen des bodems
plaats, waardoor eene dikkere laag slib de omgesleurde boomen kon be-
dekken , totdat de nieuwe oppervlakte hoog genoeg was, om tot groeiplaats
voor planten te dienen. Deze ongeschreven geschiedenis der aardkorst lezen
we uit die aardkorst zelve. Zelfs kan men met groote nauwkeurigheid tee-
keningen vervaardigen van sommige voorwereldlijke planten en dieren, zoo
juist vindt men ze afgedrukt in de stoffen waar ze door zijn inge-
sloten, of men vindt ze in versteenden of in verkoolden toestand.
De planten, die in de boven eenigszins omschreven periode der aard-
geschiedenis leefden, zijn niet verrot, maar grootendeels verkoold. Ze heb-