Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
water oplosbaar is. Overal in den bodem, maar vooral daar waar organische
stoffen verrotten, is koolzuurhoudend water aanwezig, dat het ijzeroxydule
mee naar beneden voert. Zoo wordt het ijzeroxyde onttrokken aan de
aardlaag waarin de planten groeien. Het komt dan ook vaak voor, dat het
zandlaagje, waarin de heideplanten hare wortels hebben geschoten, wit is,
terwijl de grond daar beneden roodbruin is gekleurd. Als bij deze rood-
bruine laag dampkringslucht toetreedt of water dat die lucht bevat, dan
wordt het koolzuur-ijzeroxydule ontleed, verliest zijn koolzuur en er
wordt ijzeroxydule-hydraat gevormd, dat onoplosbaar in water is en de
oerbanken vormt. Natuurlijk komen die oerbanken het meest voor in de
hellingen der zandhoogten, waar ze schadelijk werken, doordien ze het
regenwater beletten naar beneden te sijpelen en de planten wier wortels
diep in den grond dringen, zooals boomen, in den groei belemmeren. In
de eigenlijke zandgronden wordt alleen zandoer gevormd, n. 1. zand, dat
door ijzeroxydehydraat aaneen gekleefd is, maar niet zooveel ijzer bevat,
dat het de moeite der ontginning waard is.
Voor de vorming van ijzeroer is de aanwezigheid van klei of beekbe-
zinking noodzakelijk. De beekbezinkingen zijn voor die vorming bijzonder
gunstig, daar ze door hare ligging zeer geschikt zijn en meestal nog meer
waren, om water op te vangen en te bewaren (ze staan of stonden een
deel van 'tjaar onder water) en ze verder ten gevolge van hare vrucht-
baarheid vele organische stoffen bevatten die er verrotten. Waar ijzeroer
in den grond aanwezig is, is het water in de slooten meestal roodbruin-
vlokkig gekleurd.
In de vruchtbare oude zeeklei aan den Dollard en het zoogenaamde
Lageland ten oosten van Groningen, die eene minder goede afwatering
hebben dan de nieuwere landen, wordt hier en daar veel ijzeroxyde ge-
vonden, dat zich door bemesting en verwerking van den grond tot ijzer-
oxydule omzet, en zich dan met koolzuur verbindt; dan spreekt men van
roodoorn op knipklei. Onder de roodoorn vindt men soms eene zeer taaie,
vaste kleilaag met vele roode aderen en plekken, zoogenaamde knik of
knikklei, waardoor de wortels der planten niet gemakkelijk heendringen
en waarop het water blijft staan. De knik schijnt niets anders te zijn dan
ijzeroer. Ook elders, in Waard en Groet, Wieringer Nieuwland, den Prins-
Hendrikpolder op Tessel, den Haarlemmermeerpolder en den Zuidpias-
polder, heeft men met de vorming van dergelijke lastige ijzerhoudende
grondlagen te kampen of te kampen gehad.
Maar het meest komt het ijzeroer voor in de groengronden. Daar ligt
het dicht onder de graszode in laages van een handbreed tot 1/2 meter
dikte; het bestaat uit kleine korrels, die meestal tot platte klompen van
allerhande grootte zijn samengeklonterd. De fijne lichtbruine klei, die het
ijzeroer altijd vergezelt, deelt het hare kleur mede; maar als die door
wasschen vermjderd wordt, komt de oorspronkelijke zwartachtige bruine in
het paars spelende en glinsterende oppervlakte voor den dag.
Reeds in den ouden tijd werd in ons land het ijzeroer gebruikt om er