Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
De belegerden besloten eene poging te doen om de Franschen van daar
te verdrijven. In het holle van den nacht daalden zij langs de bovenge-
noemde trap af, wat zij evenwel niet konden doen zonder fakkels te
ontsteken en eenig gerucht te maken. De Franschen vernamen het uit de
verte naderend gedruisch, gingen hen te gemoet, wachtten hen in een der
hoofdgangen op, en ontvingen de Oostenrijkers met een peloton-vuur, dat
hen tot de vlucht noodzaakte.
Het gesteente, waaruit de St.-Pietersberg bestaat, wordt op vele plaatsen
in Zuid-Limburg gevonden, en op verscheiden punten treft men onder-
aardsche groeven aan, die echter in omvang voor die van den St.-Pieters-
berg onderdoen. Zoo vindt men er o. a. bij het bekende dorp Valkenburg.
We noemden boven het gesteente van den St.-Pietersberg eene soort van
grofkorrelig krijt. Ter onderscheiding van het eigenlijke of witte krijt noemt
men het tufkrijt. Zuidwaarts komen de lagen van het eigenlijke krijt van
onder het tufkrijt te voorschijn. Volgt het krijt in ouderdom op het tuf-
krijt, aan dit laatste vooraf gaan alleen de tertiaire en quartaire gronden,
die het bedekken. Het witte krijt is, behalve door zijne kleur van het
tufkrijt gemakkelijk te onderscheiden door de regelmatige banken van vuur-
steenen, die in het tufkrijt meer verstrooid liggen. In het tufkrijt van
Zuid-Limburg, meer dan in andere kalkgebergten naar het schijnt, treft
men zoogenaamde aard- of orgelpijpen aan, loodrechte kokers van
1/2 tot 2, ja tot 4 meter middellijn, die van de oppervlakte door alle
tufkrijtlagen heen tot op het onderliggende witte krijt reiken. Gewoonlijk
zijn ze cilindervormig, maar worden naar het boveneind trechtervormig
wijder. Sommige zijn van overlangsche diepe groeven voorzien. In enkele
gevallen splitst zich zulk eene aardpijp, wanneer zij op eene dichtere,
vuursteenen bevattende laag is gestuit, in eenige kleinere takken, die dan
verder mede loodrecht nederdalen. Deze aardpijpen zijn gevuld met debe-
standdeelen van den bovengrond: roodbruin leem en gerolde steenen.
De manier, waarop deze aardpijpen zijn gevormd, is nog niet geheel
opgehelderd Waarschijnlijk zijn ze, evenals de sandgalls in Engeland,
de puits naturels in Frankrijk, en de reuzenketels die men zelfs
in de gneis- en granietgesteenten van Skandinavië en Finland, bij Gastein
en aan de Salzach bij Golling, en in de horizontaalliggende rotsen in den
waterval bij Schaffhausen vindt, ontstaan door de wieling van snel stroo-
mend water. Wanneer snel bewogen water op zijn' weg een' hinderpaal
ontmoet, dan geraakt het in eene ronddraaiende beweging: er ontstaat eene
draaikolk, een maalstroom, dien men eene hoos in het water zou kunnen
noemen. Evenals nu eene hoos de voorwerpen van den bodem tot zekere
hoogte vermag op te heffen, om deze elders weder te doen neervallen,
evenzoo zal eene draaikolk op de plaats waar zij inwerkt en in den bodem
woelt, allengs een' kuil doen ontstaan, waarvan de diepte zal afhangen
van de kracht des strooms, van de macht des hinderpaals, waardoor deze
gestuit wordt, van den korteren of längeren duur der inwerking, van den
weerstand des bodems, enz. Wanneer snel stroomend water losliggende