Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
ma
31
den aard van het gesteente zelf. De St.-Pietersberg bestaat uit een lichtgeel
kalkgesteente, eene soort van grofkorrelig krijt, vergruisde overblijfsels van
vroegere zeedieren, schelpen van weekdieren, schalen van zee-egels, kora-
len enz. Het hoofdbestanddeel (95 a 96 is koolzure kalk met eene ge-
ringe hoeveelheid (i ®/q) koolzure magnesia. De gele kleur wordt veroor-
zaakt door ijzeroxydhydraat, dat de korrels als eene soort van bindmiddel
samenhoudt. In dit kalkgesteente liggen vuursteenbanken, en als de werk-
lieden op deze banken stooten, gaan zij niet meer in dezelfde richting
door, maar werken rechts of links. Zoo zijn die menigte dwarsgangen soms
dicht bij elkander ontstaan, welke de hoofdgangen verbinden.
Sedert eeuwen wordt de Maastrichtsche steen gebruikt tot drieërlei oog-
merken: als bouwsteen, als steenen tot afperking der landerijen in plaats
van greppels of slooten, en, als gruis, n. 1. afval bij de bewerking, tot
bemesting van de landerijen.
Als bouwsteen is de steen van den St.-Pietersberg minder goed dan vele
andere gesteenten, omdat hij zeer week is. Van een anderen kant is die
weekheid eene deugd, daar hij gemakkelijk kan bewerkt worden, vooral
als hij nog in den berg is. Dan is hij nog zoo week, dat hij met een mes
kan worden gesneden; later wordt hij droger en harder.
Van den bouwsteen uit den berg is reeds vroeg partij getrokken. Som-
migen meenen, dat de Romeinen, die in de nabijheid van Maastricht
eene legerplaats hadden, waarnaar het kasteel Gaster nog zijn' naam draagt,
reeds met de ontginning zouden zijn begonnen. Onmogelijk is dit niet,
maar bewijzen heeft men er niet voor gevonden. De omstandigheid even-
wel, dat de oudste gebouwen van Maastricht en de naburige gemeenten
niet uit den steen van den St.-Pietersberg zijn opgetrokken, pleit er voor,
aan de gangen in den berg niet zulk een hoogen ouderdom toe te kennen.
De donkere gangen zouden al heel wat vreeselijke geschiedenissen kun-
nen verhalen, wanneer ze konden spreken. In 1640 verdwaalden er vier
monniken en stierven er den hongerdood. In 1795 werd één, in 1808
werden er twee geraamten gevonden. Meer dan eens gebeurde het, dat
verdwaalden op het uiterste oogenblik nog een' uitgang vonden. Maar van
nog andere tooneelen waren de catacomben van den St.-Pietersberg getui-
gen. Toen in 1794 de Franschen Maastricht insloten, namen de boeren
uit den omtrek met hun vee de wijk iri de onderaardsche gangen. Nog
toont men de overblijfsels van kribben voor het vee en van ovens waarin
toen brood werd gebakken. Ook dienden ze meermalen tot wijkplaats voor
jongelieden, die zich aan den Franschen krijgsdienst gedurende de eerste
jaren dezer eeuw zochten te onttrekken. Eenmaal waren zij zelfs het too-
neel van een' strijd. Het was gedurende het beleg vah Maastricht, toen
de Oostenrijkers deze stad en het op den berg gelegen fort St. Pieter be-
zet hielden. Uit de kazematten van dit fort leidt eene trap naar de onder-
aardsche gangen. Een detachement Fransche jagers had zich van den hoofd-
ingang tot de gewelven — aan den noordwestkant gelegen, — meester
gemaakt en bestookte van daar uit telkens de Oostenrijksche patrouilles.