Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
'441
walvisch. Hij behoort evenwel tot de D e n t i c e t i, de tandwalvisschen,
terwijl de Noordsche walvisch tot de Mysticeti, de baleinwalvisschen,
behoort. Prof. Harting brengt den potvisch tot de Delphinodea (dol-
fijnen), terwijl hij den Groenlandschen walvisch tot de familie der Balae-
nodea (eigenlijke walvisschen) rekent. Het mannetje is veel grooter dan
het wijfje en kan eene lengte van 70' bereiken.
Men heeft den potvisch in de Middellandsche Zee gevonden en zelfs een
exemplaar op de Theems gevangen; maar zijn eigenlijk gebied zijn de
aequatoriaal-stroomen, die zich aan weerszijden van den aequator van het
oosten naar het westen bewegen, en waar hij in scholen van 50 stuks en
meer wordt aangetroffen.
De pot visch vangst werd in 1600 door de toenmalige Engelsche koloniën-
in Amerika het eerst geregeld uitgeoefend. Nadat deze onafliankelijk waren
geworden, liepen in 1775 de eerste potvischvaarders Britsche havens uit;
deze waren in het eerst echter van Amerikaansche kapiteins en harpoeniers
afhankelijk, totdat ook de Engelschen voldoende oefening hadden verkregen.
In den eersten tijd werd de koers hoofdzakelijk naar de westkust van
Afrika en de Braziliaansche Bank gericht. In 1778 rustte het Londensche
huis Enderby een potvischvaarder uit, die Kaap Hoorn omzeilde. Deze
eerste poging loonde de moeite rijkelijk, en andere schepen volgden al
spoedig. Hoe meer men met den Grooten Oceaan bekend werd, des te
meer voor de vangst geschikte streken werden er ontdekt.
Met de vervolging van den potvisch in den Grooten Oceaan hielden
zich vóór korten rijd 6- a 700 Amerikaansche schepen bezig, terwijl Enge-
land 30 a 40 afzendt en de Australische koloniën ongeveer evenveel. Ook
Frankrijk en Bremen zenden schepen met dit doel naar den Grooten
Oceaan. Een groot deel van a'1 deze schepen gaat gedurende de zomer-
maanden naar de Beringzee of de Noordelijke IJszee om op den Noord-
schen walvisch jacht te maken, of naar de kusten van Nieuw-Zeeland of van
Chili of nog zuidelijker, om den walvisch der Zuidpoolstreken op te zoeken.
De uitrusting van een potvischvaarder in Londen kost 8000 tot 12000
pond sterling; keert hij met eene volle lading van 250 ton olie weder
terug, dan is na een' tocht van drie a vier jaren de waarde van het schip
met zijne lading bijna het dubbele daarvan. Slechts de helft van de winst
echter is voor dengene die het schip heeft uitgerust; de andere helft wordt
naar rang en geschiktheid onder de manschappen verdeeld. Want de wal-
vischvangst is eene gevaarlijke bezigheid, die veel moed en kracht eischt.
De walvischvaarders hebben eene dubbel zoo talrijke bemanning noodig
als koopvaardijschepen van dezelfde grootte, daar soms te gelijk 4 of 5
booten, ieder met 6 man, moeten worden uitgezet. De walvischvaarders
hebben niet minder dan 30 of 36 man aan boord. Er zijn dus voortdu-
rend eenige duizenden menschen met de potvischvangst in den Grooten
Oceaan bezig, die eene Strenge school doorloopen en flinke zeelui worden.
De jacht op potvisschen zullen we niet beschrijven: men vindt daarvan
vele min of meer uitvoerige beschrijvingen.