Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
'439
aangezicht roode, witte en zwarte regelmatige figuren, om er vreeselijk
uit te zien.
De adelijken en voornamen onder de Fidsji's waren vroeger de ergste
kannibalen der aarde. Oorspronkelijk was het menscheneten een gebruik,
dat met godsdienst en vaderlandsliefde in verband stond. Men triomfeerde
over de verslagen vijanden door ze op te eten. Later schijnt er pralerij
en fijnproeverij bijgekomen te zijn. De een wilde den ander overtreffen,
waar het aankwam op het aantal opgegetene menschen, en het kwam zoo
ver, dat de ondergeschikten niet meer veilig waren voor den eetlust hunner
heeren. Het schijnt, dat het menscheneten nu op de Fidsji-eilanden niet
meer voorkomt.
De woningen der Fidsji's zijn lage, langwerpig vierhoekige hutten uit
blaren of riet, welke bouwstoffen in verschillende figuren over een vast
paalwerk worden gebonden. De deuren zijn zoo laag, dat men slechts
kruipend kan binnenkomen, en tegen de varkens, die vrij in de dorpen
rondloopen, door eenige daar voor staande palissaden beschermd. De
vloer is met matten belegd, waaronder varens zijn gelegd, zoodat men
er zeer gemakkelijk op ligt. Die vloer ziet er heel zindelijk uit, althans bij
de meer aanzienlijken.
Een bed heeft de bewoner der Fidsji-eilanden niet. Hij slaapt op de
mat; als hoofdkussen dient hem een stuk bamboes, dat aan de beide ein-
den op twee voetstukjes rust. Meestal slaapt hij zonder deken, hoogstens
slaat hij een gedeelte van de mat over zijn lichaam. Des nacht wordt hij
vaak wakker en stookt dan telkens door heen en weer bewegen van een'
waaier het vuurtje aan, dat dicht bij zijne ligplaats brandt. De nachten
zijn menigmaal zeer koel, en men hoort de bijna naakte menschen dan
dikwijls hoesten.
Bij de ärmeren is in dezelfde hut, waarin de geheele familie slaapt,
gewoonlijk nog eene grootere stookplaats in een' hoek, waar het eten ge-
kookt wordt. Bij de rijkeren heeft men afzonderlijke hutten, waar gekookt
wordt, en waar tevens de vrouwen slapen.
In iedere hut hangen holle kokosnoten als waterbekkens aan den wand.
't Is niet gemakkelijk hier uit te drinken; men moet zich het water op
een zekeren afstand in den mond gieten; de lippen aan de opening te zet-
ten gaat voor onfatsoenlijk door.
Het ameublement eener hut is hoogst eenvoudig: matten, eenige bam-
boes-hoofdkussens, een of twee vuurhaarden, eenige waaiers, twee kook-
potten en ongeveer zes paar holle kokosnoten, — dat is alles wat eene
Fidsji-familie noodig heeft.
De Fidsji's leven hoofdzakelijk van plantaardig voedsel. Taro en yams-
wortels, koemala, bananen en broodvruchten zijn hunne voornaamste ge-
rechten. Aan kokosnoten is er geen gebrek, maar ze zijn door de zende-
lingen „tamboe" verklaard, en haast bij ieder kokosboschje zijn eenige
lange staken in den grond gestoken, waaraan stroowisschen hangen, het
teeken van het „tamboe". Want in kokosnoten moeten de inboorlingen