Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
'437
Eene andere in het oog loopende eigenaardigheid zijn de vele likteekens.
Büchner zag bijna geen enkelen inboorling zonder likteekens, de gevolgen
van kleine wonden, die door snijden en branden — ten deele om de ver-
achting voor pijn te laten blijken, ten deele ook omdat die wjze van be-
handeling voor de beste wordt gehouden, — waren vergroot.
De meeste inboorlingen waren bijna naakt; maar bij hen die iets meer
gekleed waren, merkte B. allerlei variaties op de Europeesche kleederdracht
op. Zelfs waren er enkelen, die een broek en tevens een' hoed droegen.
I^aarzen waren er niet te ontdekken, en zelfs schenen ze zeldzaam te zijn
bij de blanken, (te Wai Levoe n.l., het dorp op Kandavoe, waar de stoom-
booten van San Francisko naar Australië aanleggen), wat dan ook niet te.
verwonderen is, daar de naastbijzijnde schoenmaker te Levoeka woont,
dus op een' afstand van eene tweedaagsche zeereis.
Natuurlijk moest Dr. B. ook spoedig met de „kawa" bekend worden.
De „kawa" is 'een drank, waarvan de bewoners der Fidsji-eilanden, of-
schoon zij tot het Papoea-ras behooren, de wijze van bereiding en het
gebruik van de Polynesische Maleiers hebben overgenomen. De „kawa"
wordt bereid uit den wortel van eene pepersoort, n.l. piper methysticum,
die in de wouden groeit en als handelsartikel dienst doet. De bereiding
van den drank woonde B. eens op een' avond bij, dien hij bij eenFidsji-
opperhoofd doorbracht. „Een groote, vlakke schotel van zwartbruin hout
werd midden in de hut gerold en tegen B. over zaten eenige jonge man-
nen, die wortels van de peperplant in stukken sneden en deze vervolgens
kauwden. Hadden zij een stuk voldoende gekauwd, dan namen zij het
met de vingers uit den mond en wierpen het in den schotel. Eindelijk
goot een der mannen er water op uit holle kokosnoten, roerde het vocht
met de vingers om en begon vervolgens te filtreeren. Hiertoe bediende hij
zich van de bast van den wau-boom, de inheemsche katoenstruik. Hij
vischte hiermede de houtachtige overblijfselen uit den schotel en perste ze
tusschen de vezels van zijn filter uit. Deze bezigheid behoort te geschieden
met eene bepaalde beweging der armen, en daaraan wordt nog tegen-
woordig groot gewicht gehecht.
Een der bejaarde mannen die bij ons zaten, legde een stuk bamboes
dwars over de knieën en klopte daar eenige malen op met twee dunne
stokjes, ten teeken dat er gezongen moest worden. Het gezang bestond
uit verscheiden coupletten, waartusschen eenige seconden pauze; dan was
het doodstil, en men hoorde niets anders dan'het kraken der wortels tus-
schen de tanden der kauwenden en het plassen van 't water in den grooten
schotel. De eentonige, steeds wederkeerende melodie was veel welluidender
dan de liederen die ik van de Maori's op Nieuw-Zeeland had gehoord;
zij eindigde steeds aan het slot van een couplet met een kort, haast blaf-
fend uitgestooten klinker en werd door symmetrische bewegingen der armen,
heen en weerbuigen van het bovenlichaam en handgeklap begeleid, terwijl
de gelaatstrekken der zangers steeds ernstig bleven. De bamboes-muzikant
sloeg daarbij de maat in dactylus-tempo.