Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
'435
zijne wateren doorklieven, en reeds is de zwarte inboorling eene zeldzaam-
heid geworden. Nog een menschenleeftijd en hij zal misschien verdwenen
zijn. Zij gaan ten onder ten gevolge van den invloed der beschaving. Die
beschaving bracht hun ook den brandewijn, en deze is hun voornaamste
vijand geworden.
Voor den inboorling van Nieuw-Holland is de brandewijn een waar
vergift. Sedert eeuwen slecht gevoed, — hun hoofdvoedsel is de opossum, —
zonder huis, ja zonder tent, is het lichaam van den Nieuw-Hollander
zwak, zoodat het de schadelijke werking van den brandewijn spoedig ge-
voelt. Nu verbiedt de wet wel den verkoop van brandewijn aan de inboor-
lingen, maar geen enkele tapper schat de wet hooger dan eigen voordeel.
Om geld voor brandewijn te verkrijgen, wil de Nieuw-Hollander zelfs vrouw
en kinderen verkoopen.
Het geliefkoosde en tevens eenige tijdverdrijf van den squatter is de
jacht op verwilderde paarden en runderen, die uit de omheiningen ont-
snapt zijn. Het vleesch van de gedoode dieren laat men liggen, de huid
wordt verkocht.
De dierenwereld van Nieuw-Holland is zeer armoedig. De kangoeroe is
haast het eenige viervoetige dier; het is tevens het grootste. De uit Europa
ingevoerde haas heeft zich hier zoodanig vermenigvuldigd, dat hij bijna
eene landplaag is geworden. De bewoners houden niet van zijn vleesch en
maken dus geen jacht op het dier. Mieren vindt men haast overal in groote
menigte. De Europeesche kraai is hier reeds langen tijd; papegaaien
worden van hier naar Europa verzonden; de langbeenige emoe is de
Australische kasuaris. Onder de amphibiën zijn de slangensoorten de
voornaamste. De beet van sommige soorten heeft reeds na twee uren den
dood ten gevolge, en daar de slangen zich het meest in de nabijheid van
de woningen der menschen ophouden, zijn ze des te gevaarlijker. Maar
ook deze dieren zullen mettertijd voor de menschelijke beschaving het veld
moeten ruimen.
DE BEWONERS DER VITI- OF FIDSJI-EILANDEN.
De Viti- of Fidsji-eilanden in den Grooten Oceaan vormen eene groep,
die uit meer dan 200 eilanden bestaat welke gezamenlijk eene oppervlakte
beslaan als het geheele koninkrijk Wurtemberg. De grootste eilanden zijn
Viti Levoe en Vanoea Levoe, waarop in grootte volgen Tawioeni en Kan-
davoe. De bevolking wordt op 118 000 inboorlingen en 1500 blanken ge-
schat. In 1874 hebben de Engelschen de Fidsji-archipel in bezit genomen
op verlangen van den toenmaligen inlandschen koning, die begonnen was met
28*