Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
komt, dat in Afrika verscheiden soorten van heidestruiken veel hooger
worden dan de onze; sommige kunnen zelfs manshoogte bereiken. Onze
Engelsche brem met hare stekelige, inéén gewarde takken, die den wan-
delaar in zijn' gang bemoeilijken, wordt er vervangen door Cliffortia's,
meestal lage struiken met gemakkelijk afbrekende, spitse en smalle bladeren,
die den voetganger nog veel hinderlijker zijn. Maar wat de Afrikaansche
heidevelden geheel anders maakt dan onze, is de groote verscheidenheid
van allerlei weelderig groeiende kruiden en struiken, waarvan sommige zeer
bont gekleurde bloemen dragen; daardoor wordt de eentonigheid van de
heidevelden gebroken en gaat hun karakteristiek voorkomen geheel verloren. —
Keeren wj nog eenmaal tot onze Nederlandsche heiden terug. Hoe zou
het komen, dat nog zoovele van deze uitgestrekte velden geheel onbebouwd
liggen? Wel zijn er verscheiden heidestreken, die voor ontginning weinig
geschikt zijn, waar zij, die op groote schaal eene verandering in bouwland
zouden willen beproeven, zonder twijfel zich arm zouden maken. Maar
toch liggen er nog zoovele heidevelden geheel onontgonnen, die door
hunne dikke humuslaag duidelijk toonen, dat met veel kans op succès eene
ontginning zou mogelijk zijn, terwijl men op de schrale, hooge zandheide
althans dennen zou kunnen zaaien; want alleen op sommige plaatsen legt het
stuifzand hiervoor onoverkomelijke hindernissen in den weg. Van de Veluwe
ligt ruim een derde gedeelte nog geheel woest. En die woeste gronden
treft men niet alleen aan in afgelegen streken, maar eveneens langs kunst-
wegen , ja zelfs in de onmiddellijke nabijheid der stations. Afgelegenheid is
dus volstrekt niet de eenige reden, waarom nog zoovele heidegronden ge-
heel woest liggen. De hoofdoorzaak is eene andere.
In 1843 werden 25196 hectaren heidegrond door het domeinbestuur
aan de gemeentebesturen van Doornspijk, Ede, Epe, Ermelo, Hattem,
Heerde, Oldebroek, Putten, Renkum en Wageningen afgestaan, onder
verplichting, dien heidegrond te ontginnen of door verkoop of uitgifte in
erfpacht tot ontginning te brengen. In 1873 waren, volgens 't verslag van
de Ged. Staten, daarvan nog maar 4993 hectaren ontgonnen, en had de
vermeerdering van ontgonnen land in het laatste jaar maar 48 hectaren
bedragen. Jammer, dat het domeinbestuur indertijd niet eene bepaling ge-
maakt heeft, binnen welken tijd de verkoop, de verpachting of de ont-
ginning moest plaats grijpen. Verreweg het grootste gedeelte der bovenbe-
doelde gronden is dan ook nog het onverdeelde eigendom der gemeenten;
en daar de gemeentebesturen in vele der betrokken gemeenten meerendeels
uit minder ontwikkelden zijn samengesteld, zal het tot eene verkooping of
verdeeling niet zeer spoedig komen. Want men let er niet op, hoeveel de
waarde der gronden zou gestegen zijn, wanneer ze eens met flinke mast-
bosschen waren begroeid of de gele rogge er 's zomers plaats maakte voor
de malsche spurrie. Men vraagt slechts het voordeel, dat men er dadelijk
van kan trekken, zonder zich om eene toekomst te bekommeren, die toch
werkelijk niet zoo heel ver in 't verschiet zou liggen. Men verdeelt en
verkoopt de heidegronden niet; want dan zou men er de schapen niet