Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
421
(het Orinoko-Iand) gemakkelijker te maken, zijn hier en daar steden aan
de steppenrivieren gebouwd. Overal in de onmetelijke steppen is men met
de veeteelt begonnen. Dagreizen van elkander vermjderd liggen enkele
met runderhuiden gedekte, uit riet en riemen gevlochten hutten. Tallooze
scharen verwilderde stieren, paarden en muilezels (men schatte het getal
in den vreedzamen tijd van mijne reis nog op i^/j millioen, — zie even-
wel de aanteekening op blz. 420) zwerven in de steppe rond. De groote
toeneming dezer dieren der Oude W^ereld is te meer te verwonderen, om-
dat de gevaren, waarmede zij in deze streken te kampen hebben, zoo
vele zijn.
Als onder de loodrechte straten van den onbewolkten hemel het ver-
koolde graskleed tot stof is verkruimeld, splijt de harde bodem, alsof hij
door eene aardbeving was geschokt. Komen dan luchtstroomen van tegen-
gestelde zijden aansnellen, dan ontstaan wervelwinden, die de vlakte een
vreemd voorkomen geven. Als trechtvormige wolken, die met hare spitsen
naar de aarde gekeerd zijn, stijgt het zand als damp in het midden van
den wervel op, evenals de ruischende waterhoos, die door den ervaren
schipper zoozeer gevreesd wordt. Een somber, bijna strookleurig halflicht
werpt het nu schijnbaar laag hangende hemelgewelf op het verdorde land-
schap. De horizon schijnt plotseling enger geworden. Hij maakt de steppe
kleiner, en angstig wordt het ook den reiziger te moede. Het heete
stof, dat als nevel in de lucht zweeft, vermeerdert de verstikkende warmte.
In plaats van verkoeling brengt de oostenwind, die over den heeten bodem
is gewaaid, nieuwe hitte.
Ook verdwijnen langzamerhand de plassen, die door den geel gebleekten
waaierpalm voor verdamping werden beschermd. Evenals in het ijzige
noorden de dieren van koude verstijven, zoo sluimeren hier onbewegelijk
de krokodil en de boa diep in den drogen bodem. Overal droogte, overal
dood; en toch vervolgt den dorstende overal door het spel van de gebo-
gene lichtstralen . het drogbeeld van een golvenden waterspiegel. Eene smalle
luchtlaag scheidt het verre palmbosch van den grond, maar het is gezichts-
bedrog: door de breking van de lichtstralen in de ongelijk warme en dus
ongelijk dichte luchtiagen wordt deze afspiegeling van een ver verwijderd
bosch boven den gezichtseinder geheven. In donkere stofwolken gehuld,
door honger en brandende dorst gekweld, jagen paarden en runderen rond,
deze dof loeiende, gene met uitgestrekten hals tegen den wind in snui-
vende, om door den scherpen reuk zoo mogelijk nog een niet geheel uit-
gedroogden poel te ontdekken.
Het muildier zoekt op eene andere wijze zijn dorst te lesschen. Eene
kogelvormige, geribde plant, de meloen-cactus, verbergt onder haar stekelig
omhulsel een v/aterrijk merg. Met den voorpoot buigt het dier de stekels
op zijde en eerst dan waagt het de lippen aan de plant te brengen en
het koele sap te drinken. Maar het putten uit die levende bron is niet
altijd zonder gevaar: vaak ziet men dieren, wier pooten door de cactus-
stekels verlamd zijn.