Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
415
kleinere hout zoekt men steeds meer op te ruimen om grootere weiden te
verkrijgen. Doch zelfs in het droge jaargetijde branden de welig groeiende
planten nog slecht, zoodat het uitroeien van 't kreupelhout maar langzaam
vooruit gaat. De reis per spoor gaat langs vele dorpjes, die uit ellendige
hutten bestaan. Bijna naakte inboorlingen, meestal van gemengd Indiaansch
en Negerbloed, gapen den trein aan, die langzaam zich voortbeweegt langs
den spoorweg, die zich in vrij slechten toestand bevindt.
Eindelijk zijn we in Panama. Ook hier gaat de trein tot dicht bij de
aanlegplaats der kleine stoombooten. Om de ondiepten en de riffen in de
nabijheid der kust, en ook omdat eb en vloed in de bocht van Panama
zeer sterk werken, ankeren de groote schepen op eenigen afstand van de
kust bij eene groep van kleine eilanden. De oorlogsschepen liggen op nog
grooteren afstand tegenover de stad.
Panama is eene der oudste steden van Spaansch Amerika. De kathedraal,
die gelukkig is gespaard in de vele branden, welke groote gedeelten der
stad verwoestten, en in den laatsten tijd van binnen geheel is gerestau-
reerd, is de oudste kerk van Centraal-Amerika. Het Grand Hôtel en het
Grand Central Hôtel zijn geheel op Europeeschen voet ingericht en beter
dan men ze elders in Middel-Amerika vindt. De Europeaan heeft in deze stad
meestal veel te lijden van de hitte ; het ijsverbruik is hier dan ook buiten-
gewoon groot. Iedere drank wordt met ijs gebruikt, en zelfs de minder
gegoeden veroorloven zich deze weelde. Men vindt hier vele winkels en
eenige mooie pleinen; de straten zijn geplaveid en vrij goed onderhouden.
De .baai van Panama met hare omgeving is eene van de schoonste der
wereld. Uit het donkerblauw der zee verhellen zich de schoone met prach-
tig groen bekleede eilandjes. De drukte, die mailbooten en vrachtschepen
hier veroorzaken, is groot. Naar het noorden gaat iedere maand eene
stoomboot naar San Francisco, die onderweg aanlegt te Punta Arenas
(=: zandpunt) in Costarica, te San José in Guatamala en te Acapulco in
Mejico. Bovendien vertrekken twee- a driemaal per maand kleine stoom-
booten, die in alle havens van de Centraal-Amerikaansche rei)ublieken en
van Mejico aanleggen. In de laatste jaren is Panama echter achteruitgegaan.
Het eerste denkbeeld om den isthmus met een' spoorweg te doorsnijden,
ging uit van John Lloyd Stephens, een jurist uit New-York, die veel
studie van ethnologie en daarmede verwante vakken had gemaakt. Twee
kooplieden, Aspinwall en Chauncey wist hij voor zijn idée te winnen, en
zoo werd met hulp van de Nieuwgranada'sche regeering in 1850 met den
aanleg van den spoorweg begonnen, die 28 Januari 1855 voltooid was.
In het eerst werd er zeer druk van den weg gebruik gemaakt: in 1856
werd aan de aandeelhouders 12 uitgekeerd, terwijl 343216 dollars in
het reservefonds werden gestort. Hoewel in Nicaragua door eene compagnie
van Noord-Amerikanen alle klachten werden ingespannen om den door-
voer in handen te krijgen, verdubbelde het goederen-vervoer van 1855 tot
1863 alle drie jaren; het personenvervoer, vooral van de zoogenaamde
„Californiers", die in het goudland hun geluk gingen beproeven, moest