Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
412
wrong die dan uit. Men gebruikte de olie in lampen en tot het smeren
van machines. Ook wendde men het aan als geneesmiddel tegen rheuma-
tiek en andere kwalen; het was een middel, dat men van een' Irokeezen-
stam, die daar woonde, geleerd had. Wie had toen kunnen voorzeggen,
dat hier millioenen bij millioenen schats in den grond verborgen waren!
Pas was in 1859 de poging van Drake gelukt, of van alle kanten stroom-
den avonturiers toe, evenals vroeger naar de goudmijnen van Califomië.
De vindplaatsen van petroleum treffen we bijna uitsluitend aan in weste-
lijk Pennsylvanië, in de drie districten Venango, Clarion en Butler. Penn-
sylvanie, dat een groot deel van de steenkool en het ijzer in Amerika
levert, brengt verreweg het grootste gedeelte van de petToleum der aarde
op. In Ohio en West-Virginië is de opbrengst betrekkelijk gering, en de
staat New-York produceert alleen langs de grenzen van Pennsylvanië petro-
leum. In 1875 evenwel meldde een bericht uit Ohio, dat eene bron bij
Warren eene rijke opbrengst levert. De bronnen in Illinois, Missouri en
Canada zijn weliswaar ook tamelijk rijk, maar geven olie van eene minder
goede hoedanigheid en kunnen niet met de bronnen in Pennsylvanië ver-
geleken worden. Nog minder kunnen dat die van Kentucky, Tennessee
en Indiana, die pas ontgonnen zijn. Ook in Tejas, Colorado, Utah en
Califomië vindt men sporen van petroleum.
De petroleumhoudende streken in Pennsylvanië schijnen in de richting
van den kam der Alleghanies te liggen, dus van 't noordoosten naar het
zuidwesten. In het noorden van het dal der Oil-Creek (olie-rivier) lever-
den de boringen weinig resultaten; doch verder naar het zuiden ontdekte
men rijkere bronnen van petroleum met hare gezellen zoutwater en brand-
baar gas. De olie wordt aangetroffen in zandsteen en leisteen en schijnt
in het eerste groote spleten te vullen. Gewoonlijk ontmoet men bij borin-
gen drie petroleum- en gashoudende lagen, waarvan de diepste het rijkst
aan olie is.
In Canada wordt de petroleum in lagen gevonden, die tot het silurische
en tot het devonische tijdvak behooren, in Pennsylvanië waarschijnlijk alleen
in devonische lagen, in Ohio, Virginië en Kentucky in eenige afdeelingen
van het steenkooltijdperk. In Europa komt ze, — behalve in Galicië, waar
men met de ontginning reeds eenigen tijd begonnen is, — slechts in ge-
ringe hoeveelheid voor en wel in verschillende jongere formaties, zelfs in
tertiaire. De petroleum behoort dus niet uitsluitend tot ééne geologische
formatie of één gesteente, en gewoonlijk schijnt ze niet te zijn ontstaan in
de lagen waarin zij voorkomt.
Over 't ontstaan van de petroleum is men nog in 't onzekere. Sommigen
beschouwen haar als wat zij noemen vloeibare steenkool. De steenkool zou
uit meer stevige landplanten, de petroleum uit zeeplanten zijn ontstaan.
Door het laatste aan te nemen meent men tevens te verklaren, waarom
bij het boren naar petroleum zoo dikwijls zoutwater gevonden wordt.
Eenigszins in tegenspraak met deze verklaring is evenwel het verschijnsel,
dat soms uit de steenkolenlagen zelve petroleum te voorschijn komt.