Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
411
Titusville, Tidioute, Pithole, Franklin, Pleasantville,
Parkers en meer andere middelpunten voor het winnen van petroleum,
die vroeger zoo woelig waren, zijn nu betrekkelijk rustige plaatsen gewor-
den. Enkele van deze voor eenige jaren zoo gewichtige steden zijn achter-
'uitgegaan ; Pithole, zoo snel opgekomen als eene paddestoel, had zijne
hotels, schouwburgen, kerken en dagbladen, en is reeds nu eene fossiele
stad. Zij heeft geene inwoners meer, en iemand, die in Pithole geboren
is, zou slechts met moeite zijne vaderstad kunnen terugvinden. Dat is in
Amerika volstrekt geen op zich zelf staand verschijnsel: waar datgene,
't welk eene sterke aantrekkingskracht uitoefende en eene menigte menschen
zich deed haasten ddir hunne woonplaats te kiezen, niet meer voorhanden
is, daar verdwijnen ook de bewoners om zich elders op eene meer belo-
vende plaats neer te zetten. Geen verleden met rijke herinneringen, geene
bloedverwanten, niets houdt den Amerikaan langer aan eene plaatsgebon-
den, dan hij voor zich zeiven geraden acht. Hij kwam er om fortuin te
maken, en is de bron, die voor hem vloeide, opgedroogd, dan zoekt hij
elders eene nieuwe. Vandaar dat in de Vereenigde Staten zoo spoedig
plaatsen kunnen ontstaan en weder vervallen of zelfs verd\vijnen, vooral
natuurlijk in de streken, waar delfstoffen worden gevonden, waarvan de
voorraad na korteren of längeren tijd uitgeput raakt. Waren de petroleum-
bronnen van Pithole uitgeput, elders vond men weder even rijke of nog
rijkere zelfs. Zijn dus sommige olie-steden, om ze eens zoo te noemen,
achtemitgegaan of zelfs verlaten, dan bewijst dit nog volstrekt niet, dat
de Vereenigde Staten minder petroleum voortbrengen dan vroeger; in
tegendeel: in zes jaren, van 1867 tot 1873, is de hoeveelheid verdrievou-
digd. In 1873 bedroeg de opbrengst 10 millioen ton van bijna 200 liter. Deze
ontzettende hoeveelheid wordt opgehaald uit 4250 bronnen, waarvan enkele
zelfs 1200 ton per dag leveren. Rekent men de ton op slechts 4 gulden,—
den laagsten prijs, want men betaalt zelfs wel 17 gulden, — dan levert
zulk eene bron dagelijks 5000 gulden op, daar de kosten zeer gering zijn,
als bij het boren de rechte plaats maar eerst gevonden is.
Toen Simonin in 1874 de petroleum-streken bezocht, was de olie-
koorts reeds afgeloopen. De fabelachtige opbrengst van sommige bronnen ,
de kolossale sommen, die op één' dag gewonnen of verloren werden, de
onzinnige speculaties, het buitensporige spelen om geheele kapitalen, bloe-
dige twisten, branden, die door de nabijheid van petroleum dubbel ge
vaarlijk werden, — dit alles had het leven in de petroleum-streken zeer
woest en gevaarlijk gemaakt. Daarbij kwam, dat Oli-City in één' nacht
met zijn geheelen olievoorraad verbrandde, terwijl op een anderen keer
het kruiende ijs van de Alleghany-rivier alle met olie gevulde vaten, die
op de kade lagen, wegvoerde.
Deze streek werd vooral bekend in 1859, toen kolonel Drake in de
nabijheid van het tegenwoordige Titusville het eerst op het denkbeeld kwam
naar petroleum te boren. Vóór dien tijd ging men de olie, waar ze van
nature uit den grond te voorschijn kwam, in wollen doeken opvangen en