Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
dat in een emmer inkt gevallen is. Het bevalt u te Schevingen dus niet!
Welnu, stap dan in den „stoomtram" en laat u naar het Rijnspoor bren-
gen. Ga naar huis en kom een ander jaar eens weer."
„Jawel, maar naar Rome geweest zijn en den Paus niet gezien te heb-
ben, dat gaat toch niet!" —
„Wat wil u dan nog zien ? De Paleizen, den Koning... ?" —
„o, Neen, we wilden zoo graag nog eens even naar Eik-en-Duinen!
Men heeft ons daarvan zóóveel vertelt, dat we u vriendelijk dwingen ons
daar ook nog eens heen te brengen!" —
„Zooals ge wilt! Koetsier, den Loosduinschen weg op!"
't Is maar een half uurtje buiten de stad. We zullen er dus gauw ge-
noeg zijn! —
Ho, daar is het al! Zie, daar tusschen dat wiegend geboomte is de oude
begraafplaats, die eerst in een reuk van heiligheid stond en nu is een ...
staalkaart van zerken, ijzeren hekken en kleine gedenkteekens! Overladen
als, vergeef me het vreemde woord waaraan de stichting ook ontbreekt,—
overladen als de drukste schellings-bazar, zoudt ge u moeielijk kunnen
verbeelden op eenen dooden-akker te zijn, als niet, daar ginds in het zwart
gekleede meisjes, bloempjes, die op eene zerk staan, met hare tranen be-
sproeiden onder heilige aanroeping van den naam des dierbaren vaders,
of der lieve moeder, die daar rust tot den grooten dag des wederziens,
door die rouwdragenden zoo innig verwacht, zoo vurig verlangd.
ONZE HEIDESTREKEN.
Wanneer de vreemdeling zich Nederland voorstelt als een land, over-
vloeiende van melk en honig, dan heeft hij misschien, wat een gedeelte
van ons vaderland betreft, niet geheel ongelijk; — maar hij behoeft slechts
even een toch^e per spoor te doen van Arnhem naar Utrecht, van Mep-
pel naar Assen of nog beter van Utrecht naar Zwolle, om tot de overtui-
ging te komen, dat men in ons land niet enkel vruchtbare polders vindt,
die weliswaar met moeite aan de golven zijn ontwoekerd, maar later met zeer
weinig kosten groote oogsten opleveren. Neen, als hij de Nederlandsche
heidestreken ziet, dan leert hij spoedig, dat wij nog eene andere taak heb-
ben dan land uit water te scheppen en het te verdedigen en te beschermen
tegen het vloeibare element, dat telkens zijne aloude aanspraken weer wil
doen gelden, — dat we in vele deelen onzes lands moeten worstelen tegen
de golven van het stuifzand en dat we op onze heiden voor onze bosschen