Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
396
*
bleven onbewegelijk zitten. Toen het naar benederi schoot, ontblootten de
toeschouwers onwillekeurig het hoofd.
Bij de Noordamerikaansche Indianen, die op een vrij lagen trap van
^■wikkeling staan, treft men een onverwachten rijkdom van beelden in de
taal aan. Zoo wordt eene oorlogsverklaring omschreven door: „de tomahawk
is opgeheven", bij het sluiten van den vrede heet het: „de strijdbijl is
begraven", of: „het vergoten bloed onzer krijgers en onzer vrouwen is
bedekt." Toch bestaat menige sierlijke redevoering van een' Indiaan dik-
wijls uit klinkende woorden zonder veel beteekenis. Zoo werd de hertog
van Connaught, prins Arthur van Engeland, toen hij in 1869 het gebied
van den toen nog machtigen stam der Huronen bezocht, door een hunner
opperhoofden aldus toegesproken: „Ik groet U, vorst onder de Bleekge-
zichten, als de vluchtende zon, die daar ijlt van het oosten naar het
westen, als de groote zon, die van den morgen tot den avond voortloopt
in het onmetelijke rijk van Uwe verhevene moeder, de groote koningin
van Engeland. Zoo zeg ik, het opperhoofd met de groote ringen in de
ooren. Ik heb gezegd."
Hoe talrijk ook de Indiaansche sagen zijn, er zijn er toch maar weinige
onder, die iets dichterlijks hebben of waarin een diepe zin verscholen ligt.
Een der liefelijkste figuren der Indiaansche sagenwereld is Wing, de god
van den slaap. Hij is onzichtbaar, evenals de vele kleine geesten die aan
hem ondergeschikt zijn.' Ze zijn met kleine stokjes voorzien, waarmee ze
den mensch zoo lang zacht op het voorhoofd kloppen, tot hij inslaapt.
Als de kinderen gapen, zegt de moeder: „'\Ving heeft ze aangeraakt", en
ze legt ze gauw te bed. De slaapgeesten houden zich gewoonlijk onder
het bed op; soms ook plaatsen ze zich op de palen van de tent, of ze
kruipen in de pijp van den jager, en als deze zich dan op de jacht neer-
zet om een weinig uit te rusten, dan vliegen zij er zachtjes uit en kloppen
hem uit moedwil in slaap. Is hun dit gelukt, dan laten zij het wild
voorbijsnellen, en de jager kan, als hij wakker is geworden, zonder buit
naar huis gaan. AVing is tegelijk ook het symbool der domheid; als een
redenaar steken blijft of onzin verkoopt,1 zegt men: „Wing is in de
nabijheid."
Niet minder aardig is de sage, die het ontstaan zoekt te verklaren van
den grooten cannon, de groote, diepe spleet, waardoor de Colorado-rivier
vele mijlen ver stroomt. In overoude tijden, zoo vertelt deze sage, stierf
de lievelingsvrouw van een groot opperhoofd der Utes, d. i. van de In-
dianen , die het tegenwoordige territorium Utah bewonen. De weduwnaar
was troosteloos en smeekte zijn' God zich zijner te erbarmen en hem zijne
vrouw, al ware het dan ook voor korten tijd, weer te geven. De God
werd geroerd, nam een ontzettend grooten kogel en rolde dien voor het
opperhoofd over den grond; waar de kogel langs rolde, sneed hij diep in
den bodem in en opende den grooten, duizenden voeten diepen cannon.
Hier door voerde de God den Indiaan en toonde hem zijne geliefde vrouw
in de heerlijke jachtvelden. Nadat hij hem had teruggeleid, goot hij een