Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
395
*
een paar hier voldoende zijn. Een Roodhuid van den stam der Choctaw-
Indianen, wonende in het Indianen-territorium, had zich schuldig gemaakt
aan moord met voorbedachten rade en werd deswege ter dood veroordeeld.
Hij verzocht en verkreeg twintig dagen uitstel, om afscheid van de zijnen
te nemen en zich waardig tot den dood voor te bereiden. Op het bepaalde
uur kwam de Indiaan te paard terug, vergezeld van zijne bloedverwanten,
en allen zagen er zoo vroolijk uit, alsof zij ten feest gingen. Toen een der
aanwezigen de opmerking maakte, dat de kist te klein was, ging de ver-
oordeeld daarin liggen en zeide lachend: ze is juist van pas. Ondertusschen
had een zijner broeders een krijtstreep over de borst des veroordeelden
gemaakt, die juist over het hart liep. Dadelijk daarop schoot men hem
dood. Niemand scheen door het tooneel bijzonder getroffen; slechts de
moeder van den doode vergoot enkele tranen, maar hield dadelijk op met
weenen, toen een harer zonen haar toeriep: schei uit met schreien!
Bekend is Lenau's ballade. „Die drei Indianer", waarin de dichter be-
schrijft, hoe een vader met zijne twee zonen, nadat de oude woedend
heeft uitgeroepen:
Fluch den Weissen! ihren letzten Spuren,
Jeder Welle Fluch, worauf sie fuhren.
Die, einst Bettler, unsern Strand erklettert!
Fluch dem Windhauch, dienstbar ihrem Schiffe!
Hundert Flüche jedem Felsenriffe,
Das sie nicht hat in den Grund geschmettert!
hunne boot van den oever losmaken, naar het midden van den Niagara
roeien en zingend en elkaar omarmende zich door den woedenden water-
val laten verpletteren.
Iets dergelijks gebeurde den jden April 1870 werkelijk bij de toen nog
zeer weinig bekende watervallen van de Yellowstone-rivier. Verscheiden
Amerikanen waren ooggetuigen. Zij zagen, dat dertien Indianen en vijf
squaws de rivier gingen oversteken op een vlot, dat uit drijfhout ruw was
samengesteld en met buffelriemen aaneen gebonden; stukken schors ver-
vingen de plaats van roeiriemen. Maar roerloos bleven de blanken staan,
toen zij tot hun' schrik zagen, dat het vlot inweerwil van alle krachtsin-
spanning der vrouwen steeds meer den stroom af werd gedreven. Wat nu
volgde, was geschikt, om de toeschouwers van schrik te doen verstijven.
Plotseling stond een oude Indiaan op en sprak eenige woorden tot zijne
lotgenooten, wendde zijn gelaat naar den kant der zon en zeide klaarblij-
kelijk het leven vaarwel; daarop wikkelde hij zich in eene buffelhuid en
zette zich neder. De squaws wierpen de stukken boomschors in het water,
gingen op het vlot liggen en rukten zich onder een ijselijk gehuil de haren
uit het hoofd. De mannen schudd'en elkaar de hand en hieven een somber
gezang aan. Steeds meer naderde het vlot den waterval, maar de mannen