Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
394
vrees kende, kreeg de sterkste en wildste dieren: den bison, het hert enz.,
en van de vogels: den arend, den havik, den uil. Den blanken man vie-
len het schaap, het varken, de koe, de eend en de gans ten deel, en van
de visschen kreeg hij slechts kleine, die men met den hengel uit het water
kan ophalen, terwijl de roode man visschen kreeg, zoo dik en lang, dat
hij groote speren noodig had om ze te vangen. Daarop nam de blanke
man de dieren, die hem waren toegedeeld, en dreef ze naar eene vriendelijke
vlakte met een vruchtbaren bodem en welig gras. Daar temde hij ze en
spande paarden en koeien voor den wagen en den ploeg, at het vleesch
van het trage varken en maakte zich kleeren van de wol van het gedul-
dige schaap. De roode man echter wikkelde zijne dieren in eene groote
deken, die hij toevallig bij zich had, en ging slapen. Na eenige dagen
ontwaakte hij, maar toen hij naar zijne dieren omzag, merkte hij, dat ze
alle waren verdwenen. Ze waren, terwijl hij sliep, uit de deken gekropen
en hadden in woud en veld epn aangenamer verblijf gezocht. Om ze
weer te vangen, moest hij gaan jagen, welke bezigheid hem zooveel ge-
noegen verschafte, dat hij er nooit berouw over heeft gevoeld, toen te
hebben geslapen. Ook zijne nakomelingen hebben hem er nooit een verwijt
van gemaakt.
Opmerkelijk is het, dat de Indiaan eene bewonderenswaardige volhar-
ding toont in het doorstaan van moeite en ellende en eene buitengewone
wilskracht kan openbaren, waarbij hij afstand doet van alle genot, terwijl
hij bij voorkomende gelegenheden eene verbazende zinnelijkheid en onver-
zadelijkheid in de bevrediging zijner stoffelijke behoeften aan den dag legt.
Eén voorbeeld van dit laatste moge voldoende zijn. Een pas benoemd
Indianen-agent (een Blanke, die met de administratie in de door Indianen
bewoonde districten is belast) noodigde eenige opperhoofden op een feest-
maal , om daardoor den grond te leggen tot latere samenwerking. De Rood-
huiden bereidden zich voor op het buitengewone genot door drie dagen
lang te vasten, en toen zij waren aangezeten, verslonden zij met eene
vraatzucht, die wezenlijk verschrikkelijk was om aan te zien, ongeloofelijke
hoeveelheden vleesch, brood, thee en koffie.
De Indianen bewaren eene buitengewone gelatenheid en bedaardheid in
het lijden van pijn en smart, vooral wanneer ze zich die door eigen schuld
op den hals hebben gehaald. Een opperhoofd der Pawnees legde in Februari
1872 met vele van zijne krijgers een bezoek af bij den Russischen groot-
vorst Alexis, die toen in de prairiën ten westen van Omaha op buffels
jaagde. Hij zette zich op eene kleine, vrij heete kachel, die hij voor een'
koffer hield. Zonder eene enkele uitroeping van pijn of zonder ook maar
een enkel oogenblik zijne bedaardheid te verliezen, stond hij na eenigen
tijd op, nam afscheid en liet buiten de tent zijne brandwonden, zoogoed
en kwaad dat ging, verbinden.
Zelfs den dood, ook wanneer hij onder den verschrikkelijksten vorm
nadert, gaat de Indiaan met ongeloofelijke gelatenheid, ja met onverschil-
ligheid te gemoet. Uit het groote aantal voorbeelden hiervan mogen slechts