Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Bosch met zijne Oranje-zaal zien, ge wilt om de vijvers wandelen en naar
boven blikken om de oude, hooge boomen te meten. Welnu, doe dat;
maar neem me niet kwalijk , dat ik mij liever in de Scheveningsche boschjes
ophoud. In het Haagsche Bosch krijg ik een gevoel, alsof ik wandel tus-
schen deftige in het zwart gekleede heeren, die op audiëntie bij Zijne
Majesteit den Koning willen gaan ; — in de Scheveningsche Boschjes
daarentegen lacht mij alles toe en ik bevind er mij, als het ware, te
midden der dartele jeugd, die met wuivende haren, losse kleeding, van
genot stralende oogen en blozende wangen een jaardagsbezoek komt
afleggen bij Petemoei Natiuir, die op chocolademelk en krentenbollen ont-
haalt. En genoeg genoten van al het liefelijk schoone, dat hier te vinden
is, stap ik in den tram en rijd naar Scheveningen, dat zeedorp van Euro-
peeschen naam ! Ik denk daarbij aan Vader Cats, die hier in de nabijheid
op Zorgvliet zijn „Boerenbijbel" dichtte, nadat hij als Staatsman niet veel
beter dan verongelukt was op de klippen zijner gemoedelijke eenvoudig-
heid! Ik denk aan Huygens, die zijne pogingen om een straatweg van
Den Haag naar Scheveningen aan te leggen, eindelijk met gewenscht gevolg
bekroond zag en toen naar de lier greep om zijne „Zeestraat" te bezingen.
Onze kranige voorouders hadden een langen adem; want eerst in meer
dan duizend regels heeft de goede Constanter zijn dichterlijk hart ontlast,
en lang en breed voor hij ter helfte van zijn lied is, stijgen de visch-
geuren ons al in de reuk-organen en zijn we te Scheveningen.
Het dorp ziet er tamelijk welvarend uit en altijd bewegen zich op zijne
straten de visschers en visschersvrouwen in de eigenaardige kleederdracht,
die misschien al eeuwen oud is. Maar om hel dorp is het ons niet te
doen; we willen het Badhuis zien met een strand vol „vieze badkoetsjes,"
zooals Cremer die badrijtuigen in zijne ,,Anne Rooze" laat noemen. We
willen de winkels zien in de. . . de.. . vergeef me, ik weet niet hoe ze
dat ding noemen, ik zal maar zeggen in den „winkelgang" achter het
badhuis. Maar tusschen twee haakjes: ,,Parlez vous Français?" Niet? Och
arme, en ge hebt geen „Kramers woordentolk" ook bij u? Sta me toe u
dan te vragen: „mensch, wat doet ge in de kou?" — Hier is Nederland
haast nog meer dan op andere plaatsen zijne taal vergeten. Men hoort er
Fransch, Engelsch, Duitsch, Italiaansch, Grieksch en geradbraakt Neder-
landsch, van alles een mondvol ! Ge zijt hier niet te Scheveningen, niet in
Nederland, ge zijt in Kosmopolitia!
't Is er anders in dat Kosmopolitia wel mooi en heerlijk met zijne
bleeke badgasten en een heerleger van ingebeelde zieken, die gezond zou-
den zijn, als ze maar niet vol-op den tijd hadden, ziek te zijn. Natuur-
lijk hangt het veel van het weer en den geldelijken toestand af, of het hier
meer of minder, ontzettend of een weinig druk kan zijn. Eene Juli-maand
als die van 1879, is voor de bewoners, dus voorde ingezetenen dezer bad-
plaats van onberekenbare schade. Onderwijl ik deze regelen schrijf klettert
de regen tegen de ruiten van mijn werkvertrek; de straat voor mijn huis
is eene bare zee ; de lucht boven onze goede stad, als een stuk vloeipapier,