Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
387
De rotsschilderingen der Saan verdienen in allen gevalle een ander onder-
zoek, waarbij misschien zal blijken, zooals Merensky meent, dat vele daar-
van eene mythologische beteekenis hebben. Een bericht in de Cape monthly
magazine, 1874 July, bevestigt het laatste vermoeden. Mr. Orpen, Engelsch
magistraat in het vrije Kafferland, drong in 1874 ver in het meer ge-
noemde Drakengebergte door. Hij nam een' Bosjesman, die uit het ge-
bergte afkomstig was en Quing heette, in dienst en vroeg hem naar de
beteekenis van de figuren, die hij hier en daar op de rotsen zag. Vooral
vielen den heer Orpen mannen en vrouwen met antilopenkoppen in 't oog,
en hij vroeg, wat dat moest voorstellen. Hij kreeg ten antwoord, dat deze
lieden eens geleefd hadden, maar nu nog alleen in de rivieren leefden;
ze waren verdreven, daar ook de elandantilopen waren verdreven, en dat
wel door menschen, die op de rotsen in dansende houding waren voor-
gesteld.
Daar Quing bij zijne verhalen Cagan had genoemd, vraagde Orpen,
wie Cagan was; het ant^voord luidde: „Cagan maakt alle dingen; wij bid-
den tot hem. Wij bidden: Cagan, Cagan, zijn wij niet uwe kinderen?
ziet gij onzen honger niet? geef ons te eten! En hij geeft ons beide han-
den vol." „Wie is Cagan," vroeg Orpen verder, en het antwoord luidde:
„Ik weet het niet, maar de antilope weet het. Hebt gij op de jacht niet
zijn geschreeuw gehoord, als de elandantilopen snel op dien schreeuw
toeijlen? Waar hij is, zijn zij bij hoopen." Op verdere vragen noemde
Quing Coti als Cangan's vrouw; van waar zij kwam, wist hij niet; maar
misschien was zij wel gekomen met de menschen, die de zon vroeger
bracht. „Maar dat zijn geheimenissen," zeide hij; „ik ken ze niet; alleen
die dansers op de rots kennen ze."
De Saan erkennen alzoo een hoogste wezen, door Quing Cagan gehee-
ten; naar andere berichten draagt het den naam van Caang. Zij spreken
in hunne sagen van een vroeger ras van menschen, dat vóór de tegen-
woordige aardbewoners geleefd zou hebben. Velen van dit vorig geslacht
zouden wonderen hebben kunnen doen; sommigen zijn aan den hemel
verplaatst als sterren; de melkweg is asch, die een meisje van dat vroegere
ras daar boven heeft neergeworjoen. j
De Saan bebben een goeden natuurlijken aanleg, ook voor muziek. !
Overal bij de Zuidafrikaansche boeren moet de Bosjesman bij den dans j;
de viool bespelen. >,
De „tamme" Bosjesman heeft als dienaar hooge waarde. Hij is trouwer, ■
vlijtiger en meer volhardend dan de Hottentot. Vooral als herder en jager
doet hij goede diensten. Merensky, die zelf Bosjesmannen onderwezen en
gedoopt heeft, bevond, dat zij een levendigen geest hadden en voor aan-
doeningen vatbaar waren, dat zij, hetgeen voor hunne vermogens geschikt
was, goed konden opnemen en verwerken.
Eene minder aangename eigenschap der Bosjesman-bedienden is, dat zij
vaak verdrietig en met luimen zijn. Wat men omtrent de Saan heeft waar-
genomen, ook wat b.v. kolonel Collins en de rechter Cloete omtrent hen
25*