Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
385
snel verdwenen zij weder in de ontoegankelijkste kloven. Eindelijk ver-
plaatste de Engelsche regeering eenige kleine Zoeloe-stammen, die den oor-
log gewend waren, naar deze streken. Men vestigde ook posten bij 't ge-
bergte en maakte een bergpad, dat vaak door de roovers gebruikt werd,
onbegaanbaar, door de rotsen te laten springen. Toch zijn de rooftochten
nog niet geheel opgehouden. Steeds weten ze nieuwe wegen in de rotsen
te vinden. Als het vee bang is voor de steile wanden, weten de Saan er
toch een middeltje op, om de beesten te doen loopen: zij bestrijken de
rotsen hier en daar met koemest, en zelfe in den nacht gaan de runderen,
dit ruikende, vol vertrouwen langs de gevaarlijke paden. Stort ook een
deel der koeien in de afgronden, het is den roover voldoende, als hij
slechts iets van den buit redt.
Met even groote slimheid weten de Bosjesmannen van de Kalahari zich
voor vijanden te beschermen. Zij kennen de weinige bronnen der woestijn
en weten ze behendig uit te graven en ze weder met aarde te overdekken,
zoodat niemand ze kan vinden. Daardoor wagen hunne vijanden zich dan
ook niet licht in de woestijn. Gaan ze hier op veeroof uit, dan nemen ze
dikwijls water in vele ledige struiseieren mede, begraven deze hier en daar
en hebben daarin waterdepóts, die hun later de vlucht met het beroofde
vee mogelijk maken, terwijl de vervolgers door gebrek aan water spoedig
genoodzaakt worden terug te keeren.
Ten gevolge van deze rooverijen leefden de Bosjesmannen met hunne
buren van oudsher in vijandschap of ze moesten zich aan dezen onder-
werpen. Aan den oostrand van de Kalahari zijn zij onderworpen en schat-
plichtig aan de naburige Beetsjoeanen-stammen, die hen hard behandelen.
De Bosjesmannen op het hoogland van de Vaalrivier waren deels aan de
Amaswazi, deels aan de Matebele's onder het hoofd Wapoch onderworpen.
Zij betalen aan de Beetsjoeanen- en Kaffer-opperhoofden schatting in struis-
veeren. Toen de Boeren der Kaapkolonie de Sneeuwbergen hadden bereikt,
begonnen zij een vreeselijken verdelgingsoorlog tegen de Bosjesmannen.
Gewoonlijk werd een ontdekte stam in den nacht omsingeld en bij het
aanbreken van den dag aangevallen; de mannen en vrouwen werden dan
neergeschoten, de kinderen gevangen genomen en tot slaven gemaakt. Hoe
stelselmatig men bij die uitroeiing te werk ging, blijkt daaruit, dat kolonel
Collins, die in 1809 op bevel der Engelsche regeerjng de toestanden aan
de noordgrens der kolonie onderzocht, een anders respectabelen man hoorde
verklaren, dat hij in zes jaar 3200 Bosjesmannen gevangen genomen of
gedood had. Een andere boer deelde mede, dat de tochten, waaraan hij
had deelgenomen, 2700 Bosjesmannen het leven hadden gekost. Nog een
andere kolonist had in 30 jaren 32 zulke tochten (commando's) meege-
maakt, op één' waarvan 200 Bosjesmannen het leven verloren. '
In den nieuwsten tijd doodt men ze zelden; alleen tracht de Boer kin-
deren te stelen. Als de Boer op de hoogvlakten aan de Vaalrivier op de
jacht is, maakt hij meteen jacht op den Bosjesman, dien hij op de vlakte
bemerkt. Heeft de laatste eenigen afstand vooruit, dan ontkomt hij meestal.
e. R. 809, Gloöe. 2.')