Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
384
lijks sprake, terwijl toch bij alle andere Afrikaansche stammen de jjatriar-
chale regeeringsvorm bestaat, zoodat het hoofd der voornaamste familie
meteen hoofd van den stam is. Banden van echt en bloedverwantschap
bestaan bij hen haast niet. Bijna alle Afrikaansche stammen verwerven de
vrouw door betaling van een zeker aantal stukken vee aan den vader der
bruid; de Bosjesman heeft geen vee, en daarom kan hij zulk een' echt
ook niet sluiten. Als wij lezen, dat hij zich eene vrouw verwerft door de
verplichting op zich te nemen, de stiefmoeder overal te vergezellen en
haar van wild te voorzien, dan zal het huwelijk in vele gevallen slechts
zoo lang hebben geduurd, als de jonge man zijne belofte hield. Zijne
woning zoekt de Bosjesman het liefst onder rotsen; hij is een rechte troglo-
dyt (holbewoner). Op de hoogvlakten bij de bronnen van de Vaalrivier,
waar Merensky wilde Saan zag, heerscht des winters hevige koude, want
deze hoogvlakten liggen 7—a 8000 boven de zee; maar ook hier hebben
zij geene hutten. Eenige matten worden naar den kant, van waar de koude
wind komt, aan stokken bevestigd en achter deze geringe beschutting
hurkt de familie neder in het dorre gras. Deze matten bieden ook nog
dit voordeel aan, dat zij des daags weggenomen en op den grond kunnen
worden gelegd, om zoo den vijand, die misschien naderen mocht, tot
geen van verre zichtbaar teeken te dienen.
Van kleeding, wapenen en gereedschappen hebben de Bosjesmannen
volstrekt geen overvloed. Eenige huiden van wilde dieren, ruw bereid, ver-
richten den dienst van dekens; de vrouwen dragen kleine uit snoeren be-
staande schorten. Vaatwerk en speren hebben ze waarschijnlijk van nabu-
rige stammen ingeruild. Hun eigenlijk wapen is boog en pijl, beide zijn
oorspronkelijk slechts klein; de pijlen zijn vergiftig en worden met groote
zekerheid geschoten.
Het wild is hunne hoofdbron van bestaan. De Bosjesmannen kennen de
eigenaardigheden van ieder dier; zij verbergen zich in het zand bij de ver-
gaderplaatsen van het wild of sluipen er op toe als katten. Den struis doo-
den zij niet zelden, door zich in de huid van zulk een' vogel te hullen
en het dier tot zulk een geringen afstand te nadereu, dat hun pijl kan
treffen. Op de jacht maken ze ook gebruik van hunne honden, of ze gra-
ven kuilen, waarin de dieren vallen. Ook vangen zij watervogels en vis-
schen. Is de vangst schraal, dan eten ze gerooste huiden; maar zelfs Bos-
jesmannen klagen over vermoeidheid der kinnebakken na zulk een stevig maal.
Het eenige plantaardige voedsel der Saan bestaat uit wilde vruchten,
wortelen en knollen. De laatste worden met het boven beschrevene werk-
tuig uitgegraven. Hebben ze in 'tgeheel geen voedsel, dan drijft de hon-
ger hen tot berooving van hunne buren. Vroeger plunderen zij de Hotten-
totten en later de boeren in 't noorden der Kaapkolonie; nu ontrooven
zij nog wel eens den volkplanters in Natal hun vee. Bij deze rooftochten
gaan zij met de uiterste sluwheid te werk. In Natal was de streek bij het
Drakengebergte een tijdlang voor Blanken bijna onbewoonbaar door de
rooverijen der Saan. Onbemerkt kwamen zij van 't gebergte af en even