Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
383
door de kolonisten van hunne kudden beroofd, zich in de wildernis had-
den teruggetrokken. Deze meening mist allen grond; want men kon den
Bosjesmannen geene kudden ontnemen, omdat ze die nooit bezeten hebben.
Tusschen de taal van beide stammen bestaat slechts eene geringe ver-
wantscliap, die misschien ternauwernood kan worden aangetoond.
Als wij de bewoners van Zuid-Afrika niet naar hun' aanleg, maar naar
de mate van ontwikkeling, die zij bezitten, verdeelen, dan nemen de
Bosjesmannen of Saan (meerv. van Saap), zooals zij zich zei ven noemen,
de laatste plaats in. Basoeto's en Beetsjoeanen, evenals de krijgshaftige
Zoeloes en Amaswazi's, zijn gezeten landbouwers en veehoeders; de Hot-
tentotten , die geen' landbouw kenden, ja ten deele nog niet kennen, waren
rijk in runderen. De Saan echter hebben geene runderen, en de eerste
beginselen van landbouw zelfs zijn hun onbekend, en toch zijn de Bosjes-
mannen naar alle waarschijnlijkheid de eerste stam van Zuid-Afrika; hier
woonden zij, vóór de Kaffers en Boetsjoeanen, misschien ook vóór de
Hottentotten er kwamen. In ieder geval bewoonden de Saan eens een
veel grooter gedeelte van Zuid-Afrika, waar nu zwartbruine stammen hui-
zen. Veel toch is er, dat recht geeft tot deze veronderstelling. De Bosjes-
mannen gebruiken een ronden, doorboorden steen, die aan een aangepunt
stuk hout is gestoken, en waarmee men wortels en knollen kan uitgraven.
Het gewicht van den steen drijft de spits van den stok bij den stoot in
de aarde, en bij het uitgraven der wortels dient de steen weder als onder-
steuning voor den hefboom, d. i. in dit geval de stok. De doorboorde
steenen, die den Bosjesman eens voor dit doel gediend hebben, vindt
men aan de oostkust ver naar het noorden tot voorbij den keerkring. In
het land d^r Bapedi's (het Biri-land uit de oude berichten), een kleinen
Basoeto-stam onder 24" Z.B., vond Merensky deze steenen en ook een'
rotswand, met teekeningen bedekt, welke door Saan waren gemaakt.
Tegenwoordig vinden wij de Saan nog alleen in gebieden, waarin ze
niet door Hottentotten, Kaffers en Blanken lastig werden gevallen, en
daar zij alleen hun armzalig leven konden voortzetten. Vooral in de Kalahari-
woestijn en de daaraan ten westen en ten noorden grenzende woeste stre-
ken trekken de Saan nog in eenigszins aanzienlijken getale rond. t)ok de
grasrijke hoogvlakte, waarop de Vaalrivier ontspringt, was nog vóór 15
a 20 jaren eene lievelingsplek voor vele Saan, omdat de groote antilopen-
en zebrakudden, die hier rondzwerven, hun eene onuitputtelijke bron
van bestaan opleverden. Nu zijn ze ook daar verdwenen: de Blanken
namen ook dit deel van het land in beslag. Eenige horden hebben zich
in het Drakengebergte, en wel daar waar de Garriep zijn'oorsprong neemt
uit ontoegankelijke rotsen , teruggetrokken en vomien eene gevaarlijke bende,
die van tijd tot tijd rooftochten naar de kolonie Natal onderneemt.
Wat zijne leefwijze aangaat, staat de Bosjesman oj) den laagsten trap.
Hij heeft huis noch hof, koning noch vaderland, koe noch geit. Alleen
bezit hij eenige halfwilde honden, waarmede hij rondzwerft. De Saan leven
in ongeordende horden bij elkander. Van opperhoofden is bij hen nauwe-