Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
375
tusschen de Baghirmi om het bezit der ongekikkigen, die nn ouders,
vaderland, geluk, toekomst, alles hadden verloren, was nog ruwer en wal-
gelijker dan de gruwelen van den straks gestreden strijd. Twintig a dertig
mannen, die waren overgebleven en zich op genade en ongenade over-
gaven , behielden het leven. De koning van Baghirmi had 300 a 400 slaven
meer, en daarvoor was een gelukkig, welvarend dorp van de aarde ver-
dwenen.
In sombere gedachten reed ik over het in asch gelegde oorlogsdorp
en telde nog 27 lijken van zuigelingen, die door de moeders in bar-
baarschen heldenmoed waren geworgd of in het vuur geworpen. Nooit had
ik een zoo grooten afkeer van het dier „mensch", dat achter het masker
van den godsdienst dood en verderf had verspreid, als op dezen dag.
Dat was ons leven maandenlang. Onze legerplaats werd al meer met
slaven gevuld, vooral met vrouwen en kinderen; want de mannen hebben
hier maar eene geringe waarde en men brengt ze liever om op de razzia's,
daar zij een' geest van verzet onderhouden en hunne herhaalde pogingen
tot vluchten aanstekelijke voorbeelden zijn.
Maar met de duizenden van ongelukkigen, die wij verzamelden, hield
de toeneming van het voedsel geen gelijken tred. Al verder, op steeds
grootere afstanden moesten wij naar koren zoeken, en daar bij zulke expe-
dities de afgedwaalden en onverzelden gevaar liepen te worden aangevallen,
hadden wij de grootste moeite onze mannen te bewegen mede te gaan.
Hongerig als zij waren, moesten ze dagen lang marcheeren om misschien
een zakje met boonen of een paar handenvol koren te krijgen en ook dat
zelfs niet zonder strijd en bloedvergieten.
Ik had nu zelfs twintig menschen te voeden met de slaven, die mijne
Mieden hadden buitgemaakt. Van vleeschspijzen hadden wij lang afstand ge-
daan , en we aten nog alleen meelsoep; maar als dit de heeren gebruikten,
wat moe.st dan wel het voedsel der slaven zijn? Daarbij kwam nog, dat
het gunstige jaargetijde ten einde spoedde. In Juni en Juli teekende ik
meer dan dertig regendagen op, en de bodem was in eene leembrij ver-
anderd. Bed en kleederen werden nooit geheel droog; al het leerwerk
schimmelde, al het ijzer roestte; in de hut heerschte voortdurend eene
kelderlucht, en het ontbrak aan hout om het vuur te onderhouden. Onder
de slaven, die des nachts door honger, vochtigheid en koude en voort-
durend door zorg en vrees werden gekweld, brak de buikloop uit. Dag
aan dag stierven talrijke kinderen, en de lijken, die naast onze legerplaats
werden begraven, plantten de ziekte ook op ons over.
N\i werden de slaven tegen spotprijzen verkocht. Een kind van zeven
jaar kon men voor een eenvoudig hemd ter waarde van een' thaler koopen;
een gewone arbeider, slaaf of slavin, werd voor 5 a 6 thaler gelaten. Daar-
entegen was de gemiddelde prijs voor een vrij goed paard 6 tot 8 jonge
slaven!