Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
strekt zich het Haagsche bosch uit, dat onzen Mr. J. van Lennep naar
de Her deed grijpen en zingen:
„Heerlijk bosch van 's-Gravenhage! nooit volprezen lustwarand!
Liev'lingsplek van Hollands tuinmaagd! pronksieraad van Nederland!
Wijd vermaard door eigen schoonheid, wijd vermaard door Huygens' lied!
Wie, die eenmaal u doorkruiste, roemt, verrukt, uw' luister niet!"
Wel vereenigt de dichter hier het Bosch met het Voorhout, — de Hage-
naar legt den klemtoon steeds op hout en niet op voor, — tot één
geheel; maar heeft hij zoo geheel en al ongelijk? Is het Voorhout niet,
als het ware, het portaal, waardoor men wandelt als men uit het midden
der stad in den grootschen tempel van ongekorven hout zijn ofTer wil
brengen aan den Schepper der Natuur, of aan de kunstvaardige menschen-
hand? En wie heeft dat Bosch nooit gezien, zich badende in eene zee van
licht, als de zeventiende dag van Zomermaand teneinde spoedde en de
feestvierende koningin Sophie,. in een open rijtuig gezeten, in elk lichte
eene stem kon hooren, die haar toefluisterde: „Het volk van Nederland
bemint U!" — Wie heeft het Voorhout niet gezien, zooals het nu bij den
intocht van Koning Willem III en Koningin Emma door duizenden gas-
vlammen in een tooverpaleis herschapen was? Wie heeft het Voorhout
niet gezien in de Meimaand van 1874 toen, in zoo menige stad wind en
regen de lichten uitdoofden, hier geen tochtje gevoeld, geen druppeltje
regen opgevangen werd? Nietwaar, telkens en telkens moest men hier
feestvieren, of men wilde of niet, en de grootste pruttelaar, die zich ergerde,
dat zooveel geld verspild en niet aangewend werd om eenige millioenen
kadetjes te bakken, werd, ondanks zichzelven medegesleept en riep bij het
voorttrekken van een vorstelijk rijtuig: „Hoezee! Oranje boven!" —
„Oranje boven!" dat heeft hier wat menigmaal geklonken! Wat het
brandpunt in de lens is, dat is Den Haag in de geschiedenis dezer Lage
landen! Ge wandelt hier te midden onzer historie. Als ge het Binnenhof
doorgaat en ge er u eenige oogenblikken bezig houdt met den stichter van
het Grafelijke hof, den Roomsch-koning Willem II, en zijn edelen zoon,
„der keerlen Godt," die beiden reeds inzagen, dat de bewoners dezer
landen de vrijheid boven alles liefhadden en daarom ook vrijheden schon-
ken , dan gaat ge al meer en meer terug naar die eeuw van kracht, waarin
de Edel Groot Mögenden den naam der Zeven Provinciën grootmaakten
over den ganschen aardbodem. Dan ziet uw oog een man met grooten
neus, hoog voorhoofd, schitterende oogen, eenvoudige kleeding en, wat
meer dan dit alles zegt, met een hart vol toewijding aan de belangen des
Vaderlands, zich bij het licht van een fakkel eerst laat huiswaarts begeeft,
omdat hij eene taak op zijne schouderen had geladen, eene taak, door
van Lennep genoemd, „een arbeid waar de hoofden van zeven verschil-
lende departementen van algemeen bestuur onder gebukt zouden zijn
gegaan!" — En ge volgt dien grooten man, waar hij naar het West-
einde of den Kneuterdijk gaat, om aan eigen haard eene pooze zich te
baden in het gezicht zijner huisgoden. Maar eer hij zoover is, ziet ge de