Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
373
veilige oorlogsdorpen in de hooge bombax-boomen betrokken, en daar-
tegen konden de mannen van Baghirmi niet veel uitrichten. Ik kon dat
in het eerst nauwelijks begrijpen, maar ik zou het weldra, toen de koning,
vertrouwende op mijne gelukaanbrengende tegenwoordigheid, eene derge-
lijke expeditie opnieuw ondernam. Voor ons lag het woud, dat het dorp
in zijne kruinen verborg. Rookwolken, als bewijs dat onze nadering be-
merkt was, stegen als waarschuwing voor verderop wonenden uit de boo-
men op. De woningen in vredestijd, nu verlaten of door het vuur verwoest,
lagen in de schaduw der groote mooie boomen verstrooid, in welks krui-
nen de inwoners sinds weken huisden. Men had geene andere dan reus-
achtige bombax-boomen daarvoor uitgekozen, en deze zijn door hun dik
ken , rechten , harden stam , door hunne hoogte en de regelmatige plaatsing
der takken daarvoor dan ook bijzonder geschikt. Takken, die rechthoekig
op den stam stonden, waren door dwarsstaken verbonden, die, dicht naast
elkaar gelegd, zolders vormden, waarop hutjes waren opgericht, of die tot
woonplaats van geiten, honden en hoenders dienden. Vlak aan den stam
waren stevig gevlochten korven, als 't ware mastkorven, aangebracht; het
waren zitplaatsen voor de verdedigers met hunne wapenen. In de hutjes
vindt men niets anders dan het noodzakelijkste huisraad: de groote houten
vijzel om het meel te bereiden en de groote leemen waterkruik. Des nachts,
als men zeker is niet te worden overvallen, wordt nieuwe levensvoorraad
opgedaan.
Bijna 2000 krijgslieden stonden gereed deze primitieve vestingen aan te
vallen, maar zij konden niets uitrichten. De moed ontbrak hun, iederen
bewoonden boom met geweld te veroveren; want daarbij waren natuurlijk
de voorste aanvallers reddeloos verloren. De boomen af te zagen, daartoe
hadden zij geene werktuigen, en hunne wapens waren niet voldoende om
voor hen die daarboven woonden, ernstig gevaarlijk te worden. De met
vuursteengeweren voorziene slaven des konings konden hunne wapenen
niet aanleggen en verstonden de kunst niet van te mikken en te treffen;
hun schieten was dus niets anders dan kruidverspillen. De hutten in den
brand te steken, daarvoor waren deze te hoog, en gelukte het al een
enkelen keer, dan was het voor de belegerden steeds gemakkelijk het vuui
dadelijk in 't begin te blusschen. Als er niet, ongelukkig genoeg, mijne Mo-
hammedaansche bedienden waren geweest, dan zouden de Baghirmi's waar-
schijnlijk onverrichterzake zijn teruggetrokken; maar gene schoten de ver-
dedigers van de meeste boomen in hunne mastkorven dood, en nu viel de
verovering van de vestingen gemakkelijk.
Aan moed ontbrak het den armen heidenen waarlijk niet. Ik zag kna-
pen, in de hoogste kruinen gedreven, zich naar beneden storten en dus
den dood boven de slavernij verkiezen. Zij die doodelijk gewond waren,
') De zoogenaamde zijden-tiolboom, die slechts in de heetste streken van Afrika
voorkomt. Hij verberg', in zijne vruchtkapsels eene fijne wol, die evenwel niet kauwor-
den gesponnen.
\