Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
371
Tegenwoordig gebruikt men hier reeds vuurwapenen op de jacht, en
wel vuursteengeweren, die een belangrijk ruilartikel in de factorijen aan
de kust zijn. De Neger wil geen ander geweer, en de pogingen van ver-
scheiden handelshuizen, om wapenen van betere constructie in te voeren,
bleven zonder gevolg. In den laatsten tijd heeft de gouverneur van Gaboen,
en niet ten onrechte, verboden den zwarten getrokkene geweren te ver-
koopen; als men toch toeliet, dat de Fan-Negers goede geweren in handen
kregen, dan zouden de weinige Europeanen het er in 't geheel niet meer
kunnen uithouden.
Vroeger was het algemeen gebruik, de olifanten met speren te dooden.
Ook nu nog worden menigmaal speren gebruikt. De eerste van de acht
olifanten werd door een' Mbangwe op de volgende wijze gedood. In een'
boom was op tamelijke hoogte eene stellage opgericht, waarop een man
stond, gewapend met eene kleine, nauwelijks twee voet lange, maar zeer
sterke speer, die aan de achterzijde in eene dikke, vier a vijf voet lange
paal was gestoken. De in den boom staande Mbangwe hield nu dit zware
wapen met de spits naar beneden; de anderen zochten een' olifant naar
den boom te drijven, en zoodra hij dicht genoeg bij den jager kwam,
stiet deze hem de speer uit alle macht in het lichaam. Bij deze manier
tracht men de streek der lenden of den nek te treffen, waar de speer het
gemakkelijkst diep kan binnendringen.
De jonge Mbangwe had goed getroffen: het getroffene dier stortte ter
aarde en stierf eenigen tijd later. De held van den dag was natuurlijk
trotsch op zijne daad en bracht mij de jachttropeeen: een der kolossale
ooren en den staart van den olifant, die vervolgens aan den medicijnman
gegeven werden om ze te bewaren. Deze laatste en eenige mannen, dié
niet aan de jacht konden deelnemen, waien nog altijd ijverig bezig met
de vervaardiging van medicijn en amuletten en met het uitspreken van
bezweringsformulieren, om alle ongeluk van hunne stamgenooten, van mij
en mijne bedienden af te wenden.
Op denzelfden dag werd nog een tweede, grootere olifant van de kudde
gescheiden en door geweerschoten gedood; op dezelfde wijze doodden wij
den volgenden dag nog twee anderen dieren. Toen werd mij het verblijf
in het moerassige woud te onaangenaam; ik vreesde voor een' aanval van
koorts en keerde naar mijne legerplaats terug.
Den derden dag brak, zooals mij bericht werd, een gewonde olifant
door de omheining, maar zonder groote schade aan te richten; toch gaf
het voorval aanleiding tot allerlei gesprekken, waarbij de Oganga of pries-
ter van den stam werd beet genomen. Maar deze wist zich met de sluw-
heid, die aan deze mannen eigen is, zeer goed uit de klem te redden,
door als oorzaak van dit ongeval op te geven de minder vriendschappe-
lijke betrekking van de Okande tot de Mbangwe. — Het duurde nog
eenige dagen, vóór men de overige dieren gedood had, waarna tot het
moeilijkste gedeelte van den arbeid, de verdeeling van den buit, werd
overgegaan. Terwijl tot dusver de Okande zich weinig moeite hadden ge-
24*