Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
368
versch is, heeft ze een aangenamen reuk, die naar de geur van viooltjes
zweemt. Schweinfurt vindt ze lekker; Rohlfs noemt den smaak zeer
onaangenaam zoet, en Lenz gewende er spoedig aan. Na eenige dagen
wordt de olie echter ranzig. Het vruchtvleesch smaakt volgens Schwein-
iurt nog beter dan dat van de olijf. De palmsoep, die uit de vruchten
bereid wordt, smaakt volgens Vogel zeer goed.
De pit werd vroeger meestal weggeworpen. In den laatsten tijd is men
echter begonnen de pitten (palm-kernels) aan de westkust naar Europa uit
te voeren, waar ze worden uitgeperst, terwijl het overblijvende als veevoe-
der wordt gebruikt.
De handel in palmolie concentreert zich vooral op de mondingen van
den Cameron en den Niger, die dan ook als „Oil-rivers" of ,,Oil-creeks"
bekend zijn. De handel in palmolie is in de laatste jaren snel vooruitge-
gaan. In 1807 bedroeg de waarde van alle uit Afrika naar Europa uitge-
voerde olie nog geen 100000 gulden, in i860 daarentegen reeds meer
dan 13millioen. In 1876 werd alleen in Groot-Britannie en Ierland
voor 18 352 000 gulden, in Duitschland voor 4470 000 gulden ingevoerd, ter-
wijl in het laatstgenoemde land in hetzelfde jaar de waarde van de inge-
voerde pitten 4068000 gulden bedroeg.
Het is algemeen bekend, dat de palmoliehandel de bewoners van Guinea
rijkelijk schadeloos heeft gesteld voor den grooten achteruitgang van den
handel in „levend ebbenhout", zooals men euphemistisch den schandelijken
slavenhandel noemt. Minder algemeen is het misschien bekend, dat in den
laatsten tijd onder de voorwerpen van uitvoer uit West-Afrika, vooral van
den Gaboen, werkelijk ebbenhout eene niet onbelangrijke rol speelt.
De Elaeis wordt niet alleen geschat om zijne olie. Bijna geen enkel
deel van den boom blijft ongebruikt. Van de bladeren worden matten ge-
vlochten, die tot het bedekken der huizen en het maken van heggen die-
nen. De nerven der vinnen worden voor de vervaardiging van korven en
andere fijner vlechtwerk gebruikt. De wolachtige zelfstandigheid die om het
benedendeel van den bladsteel wordt gevonden, gebruikt men, met kruid ver-
mengd, als tonder. Evenals met de meeste Afrikaansche palmen het geval
is, wordt ook uit den stam van den oliepalm een sap afgetapt, dat
spoedig gaat gisten en eene soort van wijn levert, aan de Loango-kust
massambe geheeten.