Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
364
volken , talrijke kruisers tegen de slavenhaalders uit. Tn 1845 moeten de
Engelsche kruisers 625 slavenschepen hebben genomen, die te zamen 38033
Negers aan boord hadden. De vangst voor de kruisers wordt echter geluk-
kig steeds schraler.
Te gelijk met de pogingen tot de bevrijding der slaven begon in Noord-
Amerika het denkbeeld ingang te vinden om die Negers, welke zonder
meesters vaak in de allerongelukkigste omstandigheden leefden, naar hun
oorspronkelijk vaderland terug te zenden, waar het hun misschien gemak-
kelijker zou vallen in hun bestaan te voorzien. Het denkbeeld werd uitge-
broed door eenige Anglikaansche geestelijken, die het zoover wisten te
brengen, dat er eene Noordamerikaansche kolonisatie-maatschapppij werd
gevestigd. In i8i8 bereisden twee Amerikaansche geestelijken het zuidelijke
deel der Sierra-Leonekust en meenden in het kleine Sherbro-eiland een
stuk land te hebben gevonden, dat voor hun doel geschikt was. Zij koch-
ten het van een Negerhoofd en keerden naar Amerika terug. Een van
hen, Samuel Mills, stierf op de reis; de andere Ebenezer Burgesz, stelde
de Westafrikaansche toestanden in zulk een rooskleurig licht, dat reeds
in 1820 onder medewerking van de regeering 88 zwarte landverhuizers
onder leiding van drie Amerikanen, naar de Sierra-Leonekust trokken en
zich op het eilandje Campelar vestigden. Maar reeds spoedig stierven de
blanken en 22 van de Negers. Met eene volgende bezending ging het niet
beter. In 't volgende jaar werd Dr. Ayres er naar toegezonden, die de
zaak beter aanvatte. De ongezonde eilanden werden verlaten, en de kolo-
nie werd naar het vaste land verplaatst. Men nam een vrij groot stuk
lands in bezit, dat Liberia werd geheeten (vrijland); de nieuw aange-
legde stad werd ter eere van den toenmaligen president der Vereenigde
Staten, Monroe, Monrovia genoemd.
De jonge kolonie had in de eerste jaren veel van de omwonende stam-
men te lijden, die zeer goed begrepen, dat men hun het hoofdmiddel van
bestaan, den slavenhandel wilde ontnemen. Het kostte niet weinig moeite,
dezen vrijen Negers te doen begrijpen, dat het in een' staat niet mogelijk
is wat allen graag wilden, n. I. zonder uitzondering bevelen en niet ge-
hoorzamen. Maar sedert 1824 ontwikkelde de nieuwe staat zich zeer goed.
Er werden kerken en scholen gebouwd en talrijke plantages aangelegd;
de menschen schenen tevreden te zijn, kortom de republiek Liberia gaf
recht tot de schoonste verwachtingen.
Maar in den loop der jaren veranderden de toestanden en er had be-
paalde achteniitgang jilaats; en al muntten ook enkele personen ver boven
het gros uit, hun invloed kon niet het geheele volk verbeteren. Vooral
onderscheidde zich de president Stephan Allen Benson, die als arme zes-
jarige knaap van Amerika naar Liberia kwam, zich opwerkte tot vermo-
gend koopman en eindelijk zelfs tot president der republiek. Maar uitzon-
deringen maken niet den regel. Over 't algemeen zijn de toestanden in
Liberia allesbehalve goed te noemen. Algemeen bekend zijn de gebeurtenissen
van 1872, die een blik doen werpen in de daar heerschende bedorvenheid.