Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
361
teekens was aanwezig, een bewijs, daf; ze geen onmisbare voorboden zijn.
Dadelijk na den middag werd de lucht plotseling donker, en na weinige
minuten brak reeds een geweldige woestijnstorm over Kaïro los. Spoedig
daarna gebeurde er iets bijzonders: het werd weder helder, maar de lucht
had eene akelig zwavelgele kleur en deze werd ten laatste zoo sterk, dat
zelfs de gesloten oogen er pijn van deden. Tegen drie uur was de storm
tot een' orkaan aangegroeid.
Ons hoog en alleen staand huis, verhaalt de heer Rbeling, trilde op
zijne fondamenten. De hooge dadelpalmen bogen zich zoo sterk, dat hunne
gevederde kronen bijna de aarde aanraakten, en de kleine houten stellages,
op de platte daken, opgericht om er linnen op te drogen of om als
veranda of prieel te dienen, stoven rond als stroo. Daarbij vertoonde zich
alles geel als zwavel, zoodat men zou meenen, dat alle Europeanen de
gele zucht hadden gekregen. De zon stond met den matten glans der
maan aan den hemel, geheel anders dus dan in de meeste schilderingen
bericht wordt, die haar als eene donkerroode, gloeiende schijf voorstellen.
Misschien vertoont ze zich zoo in Opper-Egypte en de woestijn; in Kdïro
is deze kleur nooit bij haar op een' Chamsihn-dag waargenomen. De lucht
was electrisch, hoewel het niet bliksemde of donderde; alleen schenen
enkele heldere vonken nu en dan als droppels naar beneden te vallen. De
wind was dezen keer niet zoo buitengewoon heet als op andere Chamsihn-
dagen; de thermometer rees niet tot boven 35° C..
Tegen vijf uur des namiddags hield de orkaan zoo plotseling op, dat
len minuten later de natuur reeds volkomen weder in rust was. Buiten
de stad had de Chamsihn ontzettende verwoestingen aangericht. Vele van
de groote acacia's en sykomoren, waarmee de naar de piramiden van
Gizeh leidende dijken bezet zijn, waren ontworteld; de dijken zelf waren
op vele plaatsen opgewoeld en doorgebroken. Gelukkig was de Nijl reeds lang
in zijne bedding teruggekeerd, anders zou men nog veel grootere onge-
lukken te betreuren hebben gehad. De dorpen aan den voet der piramiden
hadden eveneens veel geleden, en niet weinige Fellahwoningen waren
letterlijk weggewaaid.
Maar er zijn ook Chamsihn-dagen zonder wind, zooals er in 1876 ver-
scheidene zijn geweest. Bepaalde voorboden voor zulke dagen zijn er niet.
De zon gaat helder en mooi op, evenals bijna altijd in Kalro, en de
temperatuur is normaal. Na eenige uren wordt de hemel niet met wolken
bedekt, maar met een half doorzichtigen, matgelen sluier, die de zon niet
geheel verbergt, doch hare stralen half onderschept, zoodat alle voonverpen
als in een schemerlicht worden gezien en slechts eene flauwe schaduw
werpen, als bij eene zonsverduistering. Bij volkomen rustige lucht stijgt
de temperatimr zeer snel, dikwijls in een uur 12 a 13 graden, tot op 37
en zelfs 43 graden; maar deze warmte is merkwaardigerwijze niet druk-
kend. Als men zich licht kleedt en weinig beweging maakt, is zij zeer
wel te verdragen, en daar zij hoogstens 6 a 8 uren duurt, kan ze niet
ten volle in de huizen doordringen.