Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
359
en dankten den hemel toen we te Kaïro aankwamen. Een open calèche
bracht ons naar Shephards-Hotel, dat zeer goed is, maar waar men ook
al zoo als elders de gewoonte heeft den zwerm mailreizigers die er op
neerstrijkt, niet ongepliikt verder te laten voortvliegen.
DE CHAMSIHN.
Met het Arabische woord Chamsihn (uitgesproken zoowel Sjamsien als
Kamsien), dat „vijftig" beteekent, duidt men den zoogenaamden „wind
van vijftig dagen" aan, n. 1. den heeten woestijnwind in Egypte, die met
tusschenpoozen vijftig dagen lang waait en wel van het laatst van Maart
tot het midden van Mei.
De Chamsihn komt uit het zuidwesten, van de Lybische woestijn en
de Sahara. De Samoem is een dergelijke wind der Arabische woestijn,
die Syrië en Palestina bezoekt en gedurende het geheele heete jaargetijde
waait. In het begin van Maart houdt gewoonlijk de zoogenaamde Egypti-
sche winter op, die dezen naam echter niet verdient, daar zelfs op de
koudste dagen in Januari de thermometer nog altijd ruim 4° C. boven
nul aanwijst en dan nog maar alleen des morgens en des avonds. Van
negen uur af wordt het warm, en des middags wordt het zelfs zoo heet,
als bij ons in Juni. De hemel is bijna altijd helder en onbewolkt, en
regendagen behooren tot de zeldzaamheden. Deze vallen in Januari en
Februari, maar dan zijn het slechts enkele buien. Het jaar 1874 telde
voor Kalro zelfs twee dagen waarop het bijna onafgebroken regende, eene
groote bijzonderheid. In de laatste jaren regent het in Beneden-Egypte
meer dan vroeger, waarvoor men als oorzaken aangeeft het Sueskanaal
en de vele nieuwe kanalen in de delta. In Opper-Egypte regent het.bijna nooit.
Is nu voor Kalro de zoogenaamde regentijd voorbij, wat steeds tegen
het laatst van Maart het geval is, dan komt er onafgebroken mooi weer;
de hitte is in de twee eerstkomende maanden nog altijd dragelijk; want de
thermometer stijgt in de schaduw zelden tot hooger dan 32° C. Alleen
de Chamsihn-dagen maken eene zeer lastige en soms eene verschrikkelijke
uitzondering. De Arabieren en vooral de Bedoeïnen kennen vele verschijn-
selen die het naderen van dien wind aankondigen. Vooral rekenen zij
daaronder eene donkerroode kleur van den hemel op den avond van den
dag te voren, waarbij de zon zelve zich als een scherpgeteekende goudgele
kogel vertoont; des nachts een bewolkte lucht, de zoogenaamde Afrikaan-
sche hooge nevels, waardoor de sterren met matten glans zichtbaar zijn.
Vertoonen zich deze verschijnsels alle, dan kan men den volgenden mor-