Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
355
mandeerde „racer" en de „superior" zoo goed als de rest. 't Was intus-
schen een vreeselijke drukte en geschreeuw eer allen goed gezeten waren.
De Egyptische ezels zijn zeer koppig en vooral zeer klein, zoodat de
beenen der meeste heeren rakelings over den grond sleepten. De majoor
en de dokter zorgden voor de dames, die met hunne hulp reeds spoedig
tot afrijden gereed stonden, de majoor aan de eene, de dokter aan de
andere zijde als gendarmes er naast. Toen allen klaar waren, haperde het
weer aan Mr. Johnson die geen passenden ezel voor zich vinden kon; din
ging hij er op een zitten die doorzakte, zoodra hij de voeten van den
grond ligtte, dè,n beproefde hij weer een andere die onder hem wegliep
als hij met de voeten den grond raakte. Na veel gehaspel werd ten laatste
een drijver met een muilezel voor den „big gentleman" gevonden, en
onder gejoel en gelach geraakte de bonte stoet op een trippeldrafje in be-
weging. Om naar het station te komen, dat we in de verte zagen liggen,
hadden we ongeveer twintig minuten over een dor, zandig en golvend
terrein te rijden. Dat de zon brandde, al was 't pas acht uur in den mor-
gen, spreekt vanzelf, dat is nu eenmaal in de maand Juni in Egypte niet
anders.
In den beginne toog de stoet vrij geregeld voorwaarts; de heeren voor-
uit in groepjes van drie of vier naast elkander, de dames volgden in de
achterhoede. Daar de ezels jaren achtereen nooit anders hadden geloopen
dan van de landingplaats naar het station en omgekeerd, trippelden zij
instinktmatig regelrecht op ons doel af; wij hadden dus de drijvers niet
noodig, die dan ook naar de achterhoede waren afgezakt en op een suk-
keldraf volgden, terwijl enkelen hunner de ezels der dames bij den teugel
leidden. Ezels zijn minder gehoorzaam dan gedresseerde paarden, gaat
er een aan het loopen dan volgen ze allemaal, tenzij de drijvers ze vast-
houden. Onze ordelijke optocht duurde dan ook niet lang. Een der heeren
had er pleizier in zijn „racer" met de punt zijner parasol te poken; het
dier begon te springen, sloeg met de achterpooten de naastbij zijnde rui-
ters de oogen vol zand, zette het toen op een loopen, en de eerste „gen-
tleman" was met zijn ezel op hol. Een tweede, derde, vierde volgde; een
algemeen gejoel en gejuich ging uit ons midden op, de verschrikte dieren
werden door woeste kreten en parasolslagen nog meer aangevuurd, en tot
groot vermaak der jeugdige kadetten was onze geheele davalcade, behalve
de dames, in een oogenblik op hol, en hield door dik en dun, over
hoogten en laagten een ware „steeple chase" recht toe, recht aan naar
het spoorstation. Dat op die manier al de ezels spoedig aangekomen waren
spreekt vanzelf, niet echter al de „gentlemen", waarvan er eenigen onder-
weg in het zand getuimeld waren; de verloren helmen, voiles en parasols
werden door de nakomende drijvers opgeraapt en eerlijk aan de eigenaars
terug bezorgd.
Het stationsgebouw zag er uit als alle andere, want spoorwegen en
alle groote werken van dien aard in Egypte zijn door Europeesche inge-
nieurs aangelegd. De wachtkamer der eerste klasse was vrij goed, hetcon-
23*