Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
XV. AFßIXA.
VAN ALEXANDRIË NAAR KAIRO.
Zeer vroeg in den morgen van den veertienden dag nadat wij Sout-
hampton hadden verlaten, liepen wij Alexandrie binnen, tegelijk met de
boot die van Marseille kwam en de overige passagiers aanbracht, die met
ons aan boord van de Nubia, de reis aan de andere zijde der landengte
van Sues zouden vervolgen.
Hoogst voldaan over de bejegening en bediening verlieten wij, met een
zestigtal passagiers, reeds ten zeven ure in den morgen de Ripon, nadat
ik eerst mijne hand, waarin ik een guinje gestopt had, aan Taylor had
toegereikt. Aan wal gekomen vonden wij daar geheele troepen ezels met
hunne drijvers gereed staan, waarop wij plaats konden nemen om naar
het, een groot kwartier verder gelegen spoorweg-station te rijden, daar de
trein naar Kaïro, zoo 't heette, over een uur vertrekken zou. De landing
van zulk een zwerm mailreizigers zou zeker voor den kalmen toeschouwer,
een allerzotst gezicht opleveren. De meesten toch zijn zoo vreemd, doch
praktisch, toegetakeld, dat hunne naaste betrekkingen hen niet herkennen
zouden; immers den man die een paar weken te voren deftig gerokt zijne
afscheidsvisites maakte, kon men hier in een wit of bont geruit flanellen
pakje, den grijs vilten helm op het hoofd, met een blauwe voile voor het
gelaat, onder eene witte parasol terugvinden. De dames, wier fantaisie op
't stuk van kleeding gewoonlijk verder re\kt dan die der heeren, toonden
ook hier weer, hoezeer zij, wanneer ze slechts aan den dwang der modistes
ontworsteld zijn, aan doelmatigheid, bevalligheid weten te paren en sche-
nen in hare losse, zwierige kleedjes zoovele lieve vivandières, die vrijwillig
de gehelmde en gesluierde ruiters op hun tocht langs den oostelijken rand
der Lybische woestijn wenschten te volgen.
Zoodra we allen aan wal stonden, werden wij letterlijk omstuwd door
ezeldrijvers. „Here, Sir!" „this fine donkey. Sir!" „this donkey fine racer.
Sir!" „this what you call superior donkey. Sir!" schreeuwden de ellendige,
donkerbruine halfnaakte Stumpers in hun gebroken Engelsch. Wij, Pelley
mijn reisgenoot en ik, gingen maar zitten op den eersten ezel den beste,
want het waren allen even ongelukkige, magere kleinedieren, degerecom-