Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
352
De tuingage en inrichting dezer prauwen maakt een wonderlijk contrast
met die onzer Europeesche schepen, waarin al de touwen en sparren, of-
schoon veel talrijker, zoo zijn aangebracht, dat zij elkanders werking niet
belemmeren. Hier is het geval juist het omgekeerde; want ofschoon er geen
hoofdtouwen of pardoens zijn die de zaak ingewikkeld maken, kan er
toch nauwelijks ooit iets gedaan worden zonder eerst iets anders uit den
weg te ruimen. De groote zeilen kunnen niet worden omgebrast, zonder
dat men eerst de kluivers nederhaalt, en de boomen der voor- en achter-
zeilen moeten worden neórgelaten en geheel losgemaakt, eer dezelfde han-
deling kan plaats grijpen. Voorts zijn er altijd een menigte touwen onklaar,
en nooit kunnen al de zeilen, hoe gering hun getal ook zij, worden
bijgezet, zonder dat het ééne een groot deel der oppervlakte van het
andere belet wind te vangen. Echter zijn ook zij die Europeesche vaar-
tuigen gevoerd hebben, op de prauwen gesteld, wegens hare goedkoopheid
zoowel hij eersten "aanbouw als voor onderhoud; alle herstellingen kunnen
door de manschap zelve verricht worden en er worden zeer weinig Euro-
peesche scheepsbehoeften gevorderd.
Dec. 28. Heden kregen wij de Banda-groep in het gezicht. Het eerst
vertoonde zich de vulcaan, — een volkomen kegel, bijna met den vorm
der Egyptische pyramiden en schier even regelmatig. Des avonds zweefde
de rook over zijne kruin als een kleine stilstaande wolk. Dit was mijn
eerste blik op een werkzamen vulcaan, maar schilderijen en panorama's
hebben ons de voorstelling van zulke zaken zoo diep ingeprent, dat wan-
neer wij ze ten laatste aanschouwen, wij er niets buitengewoons aan vinden.
Dec. 30. Wij varen het eiland Tioor voorbij en een groep in de nabij-
heid die zeer gebrekkig op de kaart is aangeduid. Vliegende visschen zijn
heden zeer menigvuldig. Het is eene kleinere soort dan die van den At-
lantischen Oceaan, vlugger en sierlijker in hare bewegingen. Als zij de
oppervlakte van het water scheren, wenden zij zich op zijde, zoodat zij
hunne fraaie vinnen geheel ten toon spreiden. Zij nemen eene vlucht van
een honderd ellen ongeveer, en rijzen en dalen op de bevalligste wijze.
Op eenigen afstand gelijken zij volkomen op zwaluwen, niemand die hen
ziet kan twijfelen of zij wel werkelijk vliegen, en niet maar enkel in
schuinsche richting neêrdalen van de hoogte waartoe zij door een eersten
sprong opstijgen. Des avonds streek een watervogel, een soort van Jan van
Gent (Sula fiber), op onze hoenderkorf neder, en werd door een mijner
jongens in den nek gegrepen en dus gevangen.
Dec. 31. Met het aanbreken van den dag waren de Kei-eilanden in het
gezicht, waar wij eenige dagen zullen vertoeven. Omstreeks den middag
zeilden wij de noordpunt van Groot-Kei om, waarna wij poogden, de
kust volgende, de ankerplaats te bereiken; maar daar wij nu aan de lijzijde
van het eiland kwamen, kregen wij eerst den wind in hevige, onregel-
matige vlagen, terwijl hij ons daarna geheel verliet, en wij door een
sterken stroom werden teruggedreven. Juist op dat oogenblik vertoonden
zich twee booten vol inboorlingen, die, na een overeenkomst met den