Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
351
te wasschen, zoodat des namiddags de prauw met hemden, broeken en
veelkleurige sarongs behangen is. Ik deed dien dag een ontdekking die
mij in het eerst wel een weinig verontrustte. De twee poorten of openingen
waardoor de helmstokken der opzij hangende roeren steken, zijn niet meer
dan drie of vier voet verheven boven het vlak des waters, dat dus vrijen
toegang heeft tot het schip. Ik had mij natuurlijk voorgesteld dat deze
open ruimte van den éénen tot den anderen kant door een waterdicht be-
schot van het ruim zou gescheiden zijn, zoodat een zee die door deze
gaten binnenkwam, er aan de andere zijde weêr uit zou spoelen, zonder
andere schade dan dat de stuurlieden een nat pak kregen. Maar tot mijn
verbazing en schrik bemerk ik, dat zij naar het ruim toe geheel open is,
zoodat een half dozijn zeeën die op een stormigen nacht binnendrongen,
ons op den rand des ondergangs zouden kunnen brengen. Stel u een schip
voor dat voor een maand in zee steekt, met twee gaten in het ruim, ieder
van een el in het vierkant, drie voet boven het watervlak, — en dat wel
gaten die op geenerlei wijs kunnen gesloten worden. Maar onze kapitein
zegt, dat alle prauwen zoo zijn, en ofschoon hij het gevaar erkent, weet
hij er niets aan te veranderen. Zijn volk is er aan gewend, en dat heeft
meer verstand van prauwen dan hij zelf, en als er zulk een groote ver-
andering in werd gemaakt, zou het groot bezwaar hebben een bemanning
bijeen te krijgen. Dit bewijst in allen gevalle dat de prauwen goed zee
kunnen bouwen, want de kapitein heeft gedurende de laatste tien jaren
aanhoudend in zulke vaartuigen op zee gezworven, en nooit is het hem
voorgekomen dat er water genoeg in kwam om schade te doen.
Dec. 25. Kerstdag brak over ons aan met windvlagen, regenbuien,
donder en bliksem, terwijl tevens een korte, onregelmatig golfslag onze
wonderlijke kast zoo deed stampen en slingeren, dat het er alles belialve
aangenaam in was. Omstreeks negen ure echter klaarde de lucht op en
bespeurden wj vóór ons, op een afetand van misschien 12 ä 15 uren, de
met wolken omkranste bergen van het schoone eiland Boeroe, terwijl de
lage gedeelten nog onzichtbaar waren. De namiddag was fraai en de wind
liep weder om naar het Westen; maar ofschoon het nu werkelijk west-
moeson is, ontbreekt het geheel aan alle regelmatigheid en gestadigheid,
daar windstilten gedurig afwisselen met koelten uit alle streken van het
kompas. De kapitein, ofschoon hij een protestant heet te zijn, denkt er
niet aan Kerstmis als een feestdag te vieren. Ons maal bestaat uit rijst en
kerrie, als naar gewoonte, en een extra-glas wijn is alles waarmede ik het
feest gedenken kan.
Dec. 26. Prachtig gezicht op de bergen van Boeroe, die wij nu aan-
merkelijk genaderd zijn. Ons volk schijnt mij toch een tamelijk linksche
troep te zijn. Zij loopen niet over het dek met den lossen zwaai van
Engelsche matrozen, maar aarzelend en strompelend als landkrabben. Des
nachts brak de benedenboom van ons grootzeil, en zij waren den ganschen
morgen bezig met dien te herstellen. Hij bestond uit twee aanééngelaschte
bamboes, liet dikke eind aan het dunne, en was omstreeks 70 voet lang.