Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
349
hadden nu de volle Moluksche zee bereikt. Toen de duisterni.s gevallen
was, verschatte het een schoonen aanblik op onze roeren te staren, waar-
van wielende stroomen phosphorisch licht schenen af te vlieten, met dwar-
lende vuurvonken die er als juweelen op schitterden. Ik kan dit verschijnsel
bij niets beter vergelijken dan bij een grooten onregelmatigen nevelachtigen
sterren-bundel, door den teleskoop waargenomen, zoo echter dat men er
de steeds veranderende gedaante en dansende beweging moet bijdenken.
Dec. 23. Prachtige roode zonsopgang; het eiland dat wij den vorigen
avond voorbijvoeren, nog even achter ons zichtbaar. De prauw der Goram-
mers omstreeks een Eng. mijl zuidwaarts van de onze. Die lieden hebben
geen kompas en toch hebben zij gedurende den nacht den koers goed ge-
houden. De eigenaar onzer prauw zegt mij dat zij dit doen door middel
van den golfslag, waarvan zij de richting bij zonsondergang waarnemen
en in de duisternis blijven volgen. Bij goed weder varen zij in deze zeeön
nooit langer dan twee dagen zonder land te zien. Natuurlijk worden zij
soms door tegenwinden of tegenstroomen uit den koers gedreven, maar
telkens treffen zij weder het een of ander eiland, en er zijn altijd wel
eenige oude matrozen aan boord die het kennen, en van daar een nieuwen
koers bepalen. In den afgeloopen nacht werd een vijf voet lange haai ge-
vangen, die des morgens stuk gesneden en gekookt werd. Des namiddags
werd het volk een tweeden machtig; er werd voor mij een stukje van ge-
braden , dat ik vast en droog, maar zeer smakelijk vond. Des avonds ging
de zon onder achter een zware bank van wolken, die, toen het donker
werd, een vreeselijk zwart aanzien kreeg. Volgens gewoonte wanneer harde
wind of regen gewacht wordt, werden onze groote zeilen ingebonden en
met hunne ra's op dek neêrgelaten, terwijl alleen een kleine vierkante fok
werd omhoog gehouden. De groote matten zeilen zijn bij slecht weder uiterst
onhandelbaar. De ra's die ze dragen, zijn wel 70 voet lang en natuur-
lijk zeer zwaar, en daar er geen ander middel is om ze in te binden,
dan ze om den boom te rollen, is het een gevaarlijke zaak ze omhoog te
hebben als men door een windvlaag overvallen wordt. Onze bemanning,
ofschoon talrijk genoeg voor een schip van 700 in plaats van 70 ton,
volgt vrij wel haar eigen hoofd, en het schijnt dat er zelden meer dan
een twaalftal te gelijk aan het werk zijn. Intusschen vliegen zij, als er iets
gewichtigs te doen is, gewillig genoeg op, maar zij achten zich dan ook
gerechtigd om ieder zijn gevoelen te zeggen; men hoort een half-dozijn
stemmen gelijktijdig bevelen geven, en er is zulk een geschreeuw en ver-
warring , dat men niet kan begrijpen hoe er werkelijk nog iets gedaan komt.
Neemt men in aanmerking dat wij een vijftig man van verschillende
rassen en talen aan boord hebben, wilde kerels, met een barbaarsch voor-
komen, en slechts voor een klein deel door opvoeding en begrippen van
zedelijkheid eenigermate in toom gehouden, dan kunnen wij al verwon-
derlijk wel met elkander over weg. Er wordt niet gevochten of gekeven,
zooals ongetwijfeld het geval zou zijn onder een gelijk getal Europeanen
op wier handelingen even weinig bedwang werd geoefend, en men merkt