Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
348
waren gestoken en ons uit het gedrang der prauwen hadden losgewerkt,
begon de oude djoeragan eenige gebeden op te zeggen, waarop allen in
het rond, onder begeleiding van eenige slagen op de gong, „la ilaha ilia
'llahoe" antwoordden, terwijl ons ten slotte van alle zijden een „slamat
djalan" (gelukkige reis) werd toegeroepen. Wij hadden een labbere koelte,
een effen zee en een schoonen morgen, — een gelukkig begin voor den
tocht die ons driehonderd uren ver naar de wijdberoemde Aroe-eilanden
zou voeren.
De wind bleef den ganschen dag flauw en veranderlijk en des avonds
werd het geheel stil, totdat de landwind doorkwam. Wij voeren toen juist
voorbij het eiland Tanakeke, tegenover de uiterste zuidwestpunt van Cele-
bes. Er liggen hier eenige gevaarlijke rotsen, en toen ik, bij de verschan-
sing staande, toevallig daarover heen spuwde, verzocht mij een der ma-
trozen dat ik mij op dit pas daarvoor wachten zou en liever op het dek
spuwen, wijl zij voor deze plaats zeer bevreesd waren. Daar ik zijne be-
doeling niet recht begreep, liet ik hem zijn verzoek herhalen, en ziende
dat het hem ernst was, zei ik: „heel wel, ik onderstel dat zich hier „ban-
toes" (geesten) onthouden". „Ja," hernam hij, „en zij houden er niet van
dat iets over boord wordt geworpen; menige prauw is er door vergaan."
Ik beloofde hem daarop mij in acht te nemen. Bij zonsondergang zeiden
de goede Mohammedanen aan boord in een algemeen koor een kort ge-
bedsformulier op, wat mij aan het schoone en indrukwekkende „ave Maria"
der katholieke landen herinnerde.
December 20. Bij zonsopgang bevonden wij ons tegenover de piek van
Bantaëng (of Bonthain), naar men zegt een der hoogste bergen van Cele-
bes. Des namiddags voeren wij door straat Salajar (of Saleijer), waar wij
overvallen werden door een windvlaag die ons noodzaakte onzen vervaar-
lijken mast, zeilen en zware ra's te strijken. Het overige van den avond
hadden wij een frisschen westewind, waarmede wij nagenoeg vijf knoopen
in het uur aflegden, het uiterste dat met onze onhandelbare oude tobbe
te bereiken was.
Dec. 21. Een zware zee, uit het zuid-westen opzettende, deed ons
alleronaangenaamst slingeren. Daar het echter een stijve koelte woei, maak-
ten wij goede vordering.
Dec. 22. De hooge golf was gaan liggen. Wij voeren voorbij Boeton,
een aanzienlijk eiland, hoog, boschrijk en wèl bevolkt, de geboorteplaats
van een deel onzer bemanning. Wij werden ingehaald door een kleine
prauw van het eiland Goram, die van Bali terugkeerde en wier nakhoda
(kapitein) met den eigenaar onzer prauw bekend was. Dat vaartuig was
twee jaren weg geweest, en had veel volk, waaronder verscheiden zwarte
Papoea's, aan boord. Te zes ure na den middag voeren wij voorbij Wangi-
wangi, laag maar niet vlak, bewoond en onderworpen aan Boeton. Wij
') De bekende Arabische formule, die de eerste helft der MohammcdaanBche geloofs-
belijdenis uitmaakt, en beteekent; Er is geen God dan Allah!