Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
347
hen te vertrouwen, totdat eindelijk de schuld tot een aanmerkelijk bedrag
is gestegen, in welk geval hij hen voor den rechter brengt en door de
toewijzing hunner diensten zekerheid krijgt voor zijne schuld. De schulde-
naars achten dit geen schande, en schijnen zelfs een welgevallen te vinden
in hunne ontheffing van alle verantwoordelijkheid, en in het aanzien dat
zich van den rijken en wèlbekenden koopman aan zijne dienaren mede-
deelt. Zij drijven een weinig handel voor eigen rekening, en beide partijen
schijnen goed met elkaär over weg te kunnen. De geheele instelling schijnt
veel redelijker dan het bij ons aangenomen stelsel om iemand krachtdadig
te beletten iets voor de betaling zijner schulden te verdienen, door hem
in eene gevangenis op te sluiten.
Mijn eigen bedienden waren drie in getal. Ali, de Maleische jongen
dien ik op Borneo had opgedaan, was de eerste in rang. Hij was nu reeds
een jaar bij mij geweest en ik had hem voor alles bruikbaar bevonden,
terwijl ik mij zoowel op zijne oplettendheid als op zijne eerlijkheid kon
verlaten. Hij was een goed schutter en hield van schieten, en had van
mij geleerd vogelhuiden naar behooren te praepareeren. De tweede, Badroen
genaamd, was een Makassaarsche knaap, ook geen kwade jongen, maar
een overgegeven speler. Onder voorwendsel van een huis voor zijne moe-
der en kleederen voor zichzelven te koopen, had hij, omstreeks een week
voordat wij onder zeil gingen, vier maanden loon van mij ontvangen,
maar ift een paar dagen tot den laatsten duit verspeeld. Hij kwam aan
boord zonder kleederen, zonder betel, zonder tabak, zonder gezouten
visch, en ik was genoodzaakt Ali uit te zenden om al deze benoodigd-
heden voor hem te koopen. Deze twee knapen waren, naar mijn gedach-
ten, omstreeks zestien jaren oud; de derde, een kleine sluwe spitsboef,
Baso geheeten, was jonger. Hij vvas nu een paar maanden bij mij geweest
en had geleerd vrij wel te koken. Aan hem werd het gewichtig ambt van
kok en hofmeester opgedragen; want te beproeven om voor zulk een vree-
selijk vei re reis ordentelijke bedienden te krijgen, zou gelijk hebben ge-
staan met een „chef de cuisine" te vragen voor een tocht naar Patagonie.
Op den vijfden dag dien ik aan boord had doorgebracht (den isden
December), hield het eindelijk op met regenen, zoodat wij ons op nieuw
voor de afvaart gingen gereed maken. Zeilen werden gedroogd en geplooid,
booten voeren onophoudelijk af en aan, en allerlei voorraad voor de reis,
vruchten, groenten, vi.sch en palmsuiker, werden aan boord genomen. Des
namiddags kwamen twee vrouwen met een groote schaar van vrienden en
betrekkingen,' en bij het afscheid was er een algemeen neusgewrijf, de
Maleische manier van kussen '), en werden eenige tranen gestort. Dit waren
goede voorteekenen van het naderend vertrek, en werkelijk kwam te drie
ure in den morgen de eigenaar aan boord, waarop onmiddellijk het anker
gelicht werd, en wij te vier ure onder zeil gingen. Nadat wij van wal
') De Maleische kus bestaat daarin, dat men niet de lippen, maar den neus op eenig
lichaamsdeel drukt en daarvan als 't ware den geur opsnuift.