Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
345
ingenomen rioor het opdoen van voorraad, het huren van bedienden en
de velerlei toebereidselen, gevorderd door een verblijf, op zeven maanden
berekend, buiten den kring zelfs van de voorposten der beschaving. Toen
wij des morgens van den ijden December met het krieken van den dag
aan boord gingen, viel er een stortregen. Wij gingen onder zeil, maar
weldra stak een storm op. Onze achtersteven werd hevig geteisterd, onze
zeilen beschadigd, en des avonds lagen wij weder op onze oude plaats in
de haven van Makasser. Wij verwijlden daar nog vier dagen, omdat het
altijd door bleef regenen, en het dus niet mogelijk was de ons tot zeilen
dienende kolossale matten te herstellen en te drogen. Al die taaie dagen
bracht ik aan boord door, en besteedde de enkele droge tusschenpoozen
om kennis te maken met onze uitheemsche hulk. wier eigenaardigheden ik
thans trachten wil eenigermate te beschrijven.
Het was een vaartuig van omstreeks 70 tonnen last, eenigszins in den
vorm van een Chineesche jonk. Het dek liep aanmerkelijk af naar den
boeg toe en was dus het laagst in het voorschip. Er waren twee groote
roeren aangebracht, maar in stede van vlak van achteren geplaatst te zijn,
hingen zij meer ter zijde aan sterke dwarsbalken, die wel twee of drie
voet uitstaken, even ver als het dek in het middenschip over de boorden
uitstak. De roeren draaiden niet op hengsels, maar in stroppen van rotan,
wier wrijving ze op iedere plaats houdt waarop men ze stelt, wat misschien
het sturen gemakkelijker maakt. De helmstokken waren niet op het dek,
maar staken door twee vierkante openingen uit een ruimte tusschendeks
van ongeveer drie voet hoogte, waarin de beide stuurlieden zaten. Op het
achterschip was een lage kampanje, ongeveer drie en een halven voet hoog,
die de kajuit van den kapitein uitmaakte, slechts met eenige doozen,
matten en kussens gestoffeerd. Vóór de kampanje en den grooten mast
was op het dek eene kleine hut, omstreeks vier voet hoog tot aan de nok,
en waarvan ééne afdeeling, eene kajuit vormende ó^/^ voet lang en 5'/j
voet breed, geheel te mijner beschikking was gesteld, en het vriendelijkste
en aardigste vertrekje was waarin ik mij ooit op zee mocht veriustigen.
Aan de ééne zijde was eene lage schuifdeur, die tot ingang diende, en
aan de andere een zeer klein venster. De vloer was van gespleten bamboe,
aangenaam veerkrachtig, zes duim boven het dek verheven en daardoor
volkomen droog. Daarover waren fraaie rieten matten gespreid, voor wel-
ker vervaardiging Makasser beroemd is. Langs den wand tegenover den
ingang waren mijne geweerkist, insectendoozen, kleederen en boeken ge-
schikt; het midden werd door mijne matras ingenomen, en aan de zijde
der deur stonden mijne veldflesch, lamp en kleine voorraad van versnape-
ringen, terwijl mijne geweren, mijn revolver en mijn jachtmes, om niet
in den weg te zijn, aan het dak waren opgehangen. Gedurende dat ellen-
dige vierdaagsche oponthoud was ik in dit gezellige hokje volkomen wel
te moede, — meer dan ik zou geweest zijn ware ik even lang beperkt
geworden tot het fraai vergulde, maar onhuiselijke salon eener stoomboot
van de eerste klasse. En dan, hoe was, vergelijkenderwijze gesproken,