Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
344
sandelhout en bijenwas van Flores en Timor, tripang van de golf van
Carpentaria, kajaput-olie van Boeroe, wilde muskaatnoten en massooi-schors
van Nieuw-Guinea, — dit alles wordt, nevens de rijst en koffie die de
voornaamste voortbrengselen van het omliggende land zijn, in de pak-
huizen der Chineesche en Boegineesche handelaaars van Makasser in over-
vloed gevonden. Gewichtiger dan dat alles is echter de handel met de
Aroe-eilanden, eene groep nabij de Zuidkust van Nieuw-Guinea, wier
gansche opbrengst schier in inlandsche vaartuigen naar Makasser komt.
Deze eilanden liggen geheel buiten den koers van allen Europeeschen han-
del, en worden slechts bewoond door zwarte, kroesharige wilden, die
echter het hunne bijdragen om aan den weelderigen smaak der beschaafde
rassen voldoening te schenken. Parelen, parelmoer en karet vinden hunnen
weg naar Europa, terwijl eetbare vogelnetjes en tripang of zeekomkom-
mers bij scheepsladingen worden ingezameld voor de gastronomische ge-
nietingen der Chineezen.
De handel met deze eilanden is van vroege dagteekening; het is vandaar
dat ons de paradijsvogels, namelijk de beide soorten die aan Linnaeus be-
kend waren, het eerst werden aangebracht. De inlandsche vaartuigen kun-
nen de reis derwaarts, uithoofde der moesons, slechts eenmaal in 't jaar
ondernemen. Zij verlaten Makasser in December of Januari, bij het begin
van den westmoeson, en keeren in Juli en Augustus terug, door de volle
kracht van den oostmoeson gedreven. Ook door de Makassaren zeiven
wordt eene reis naar de Aroe-eilanden eenigermate als een stoute en roma-
neske onderneming beschouwd, vol nieuwe tooneelen en vreemde avon-
turen. Wie die reis gedaan heeft, wordt als een autoriteit beschouwd, en
voor velen blijft zij een onbereikt levensdoel. Ik zelf had steeds meer ge-
hoopt dan verwacht, dat ik deze „ultima Thüle" van het Oosten ooit zou
bereiken, en toen het mij nu bleek dat dit werkelijk in mijne macht was,
als ik maar den moed had om mij voor eene reis van eene drie honderd
uren aan een Boeginee.sche prauw, en voor een tijd van zes of zeven
maanden onder wettelooze kooplieden en gruwzame wilden te wagen, —■
toen had ik een gevoel als toen ik, nog een schoolknaap, het eerst verlof
kreeg om op de imperiaal eener diligence plaats te nemen, om dat tooneel
van al wat voor eene jeugdige verbeelding vreemd en nieuw en vol won-
deren is, — om Londen te bezoeken.
Door tusschenkomst van eenige goede vrienden werd ik in kennis ge-
bracht met den eigenaar van eene der grootere prauwen, die binnen wei-
nige dagen zou onder zeil gaan. Hij was een Javaansche mesties, schrander,
zachtaardig en van fatsoenlijke manieren, en had een jonge en mooie
Hollandsche vrouw, die hij gedurende zijn afwezen moest alleen laten.
Toen het punt der vracht werd ter sprake gebracht, wilde hij geene som
bepalen, maar stond er op het geheel aan mij over te laten om na mijne
terugkomst te betalen wat mij goed dacht. „En of gij mij dan," zeide hij,
„één Spaansche mat of honderd geeft, ik zal tevreden zijn en niet meer vragen."
De weinige dagen die mij nog vóór de afvaart restten, werden geheel