Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
veroorzaakt door het vervoer door middel van scheepskameelen, te lang.
Er moest iets worden gedaan om den dreigenden slag af te weren; men
wilde eene kanaalverbinding met de zee. Wel bracht koning Willem I het
plan ter sprake om Holland op zijn Smalst door te graven, maar dit plan
werd toen onuitvoerbaar geacht. Men koos den längeren weg door Noord-
Holland: in 1824, na een' arbeid van zes jaren, werd het Noordhollandsch
kanaal voor de scheepvaart opengesteld. De grootste schepen konden er
toen passeeren. Maar op den duur bleek dit kanaal onvoldoende te zijn,
zoowel om zijne te groote lengte als om zijne te geringe breedte. De stoom
begon al meer zijn' invloed op de scheepvaart uit te oefenen. Rotterdam
en Antwerpen, gunstiger gelegen, geraakten tot bloei, en Amsterdam moest
op een middel zinnen om zich te doen gelden. In 1852 deed de gemeen-
teraad van Amsterdam daartoe den eersten stap, door eene commissie te
benoemen, om de doorgraving van Holland op zijn smalst te onderzoeken.
Nadat vele ontwerpen waren gemaakt, werd eindelijk in 1863 aan den
notaris Jaeger concessie verleend voor den aanleg van een Noordzeekanaal
in verband met de afsluiting van het IJ bij IJdoorn en de droogmaking
van een deel van het IJ. In Maart 1865 kwam het ontwerp tot begin van
uitvoering, en op i November 1876 kon het kanaal voor schepen van 55
decimeters diepgang worden geopend.
Bij Schellingwoude is een dijk gelegd, waarin de Oranjesluizen aan de
schepen gelegenheid geven om van het IJ in de Zuiderzee en in omge-
keerde richting te varen. Daardoor bereiken eb en vloed Amsterdam niet
meer en er kan een vast waterpeil vóór Amsterdam worden behouden;
dit peil, waarop de Kanaal-Maatschappij zich verbonden heeft, het water
t? houden, is vastgesteld op 50 c.M. —AP. Van den afsluitdijk tot Am-
sterdam is de vorm van het IJ bijna onveranderd gebleven.
Ten westen van Amsterdam zijn groote veranderingen geschied, zooals
eene vergelijking van vroegere kaarten met de tegenwoordige leert. Het
IJ is grootendeels ingepolderd en er is alleen een kanaal opengebleven,
waarop verschillende afwateringskanalen uitmonden. Verder is de strook
lands tusschen het IJ en de Noordzee, vroeger Holland op zijn Smalst
geheeten, doorgegraven en in de Noordzee is eene veilige haven aangelegd,
de haven van IJmuiden, terwijl de Noordzeesluizen ten westen van Velzen
het Noordzeewater keeren.
De haven van IJmuiden wordt gevormd door twee steenen havenhoofden,
die in zee vooruitsteken. De wortels dezer hoofden zijn aan den voet der
duinen 1200 M. van elkaar verwijderd, terwijl elk hoofd een' hoek van
77° met de richting van de kust maakt, zoodat de hoofden convergeeren.
Op ruim 1200 meter buiten den duin voet bedraagt de afstand tusschen de
hoofden nog 660 M.; van dit punt af buigen ze naar elkander toe, totdat
ze eene invaartwijdte van 260 M. openlaten. Een ellipsvormig gedeelte van
ongeveer 55 hectaren groot, wordt tot haven ingericht en uitgediept. Aan
de zeezijde zal de diepte , aan de landzijde zal ze 7^/4 M. beneden
AP. bedragen.