Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
342
Een schoon gezicht was 't van boven op de levendige vlakte, waarover
de jagers van verschillende kanten langzaam terugkeerden, gevolgd door
de drijvers, die, op den breeden rug hunner buffels zittend of staande,
't gansche jachtveld doorkruist hadden.
Van tijd tot tijd konden we, nu hier dan ginds , nog een jachtpartij volgen.
Hier vluchtte een jonge ree voor een drietal ruiters uit, die van verschil-
lende kanten op hun vermoeide paarden kwamen aangaloppeeren. Daar
drong 't vlugge dier door een dichte glagah-wildernis voort — uit 't gezicht
van zijn vervolgers — en daar dook 't onder de hooge grasbossen dicht
langs 't verloren wild heen, om spoedig de verdere jacht op te geven.
Ginds, vlak voor ons, vluchtte een andere ree voor een dicht op haar
hielen zittenden renner, en recht op den rivierarm aan, die de wildernis
van de sawahs scheidt. Daar staat ze vóór den stroom — daar stort ze
zich in 't water neer;... maar daar plassen ook paard en ruiter reeds
achter haar in 't bruisende vocht. Haast is de overkant bereikt; maar daar
spi-ingen een paar landbouwers toe — en jagen 't verbijsterde dier in 't
water en naar den pas verlaten oever terug...
Nog zal 't ontkomen, als ze den wal maar weer winnen kan, vóór haar
vervolger.. . daar voelt ze weer grond,. . . daar klimt ze tegen den steilen
oever op... nog één stap, en ze is er! . .. om te vallen onder de onver-
wachte gólókhouwen van andere, pas toeschietende ruiters.
De jacht scheen daarmee een eind te hebben genomen. De meeste jagers zijn
teruggekeerd en, bij de wagens, aan den voet van den heuvel afgestegen.
't Levendige kamp van boven overziende, verkwikten we onzen dorsten-
den mond met een welverdienden, hartigen dronk.
Op eens gaat er een gejuich op beneden ons uit 't kamp.... En zie!. ..
daar vluchten een paar herten voor de laatst achtergebleven jagers....
vlak langs den voet van den heuvel ... op den stroom aan!. .. maar daar
staan nog eenige inlandsche toeschouwers; schreeuwend en met de armen
zwaaiend drijvend ze de arme dieren terug .. . naar de vlakte. . . . Maar
daar schieten de jagers op hen toe.... Geen uitweg!... nog een zij-
sprong!... nog eens vooruitgesneld... en nu recht op den heuvel — recht
op ons kamp aan! Er is geen keus . . . vooruit! tusschen wagens en paar-
den door — tusschen voetgangers en afgestegen ruiters, die met de zweep
naar hen slaan en vergeten hun gólóks te trekken. Wij grijpen onze ge-
weren. Daar vliegen de vluchtelingen over den voet van den heuvel
voort! . . . Daar zijn ze buiten 't gedrang ... daar vallen onze vier scho-
ten !.. . maar we hebben overhaast gevuurd — en ongedeerd vliegen de
edele dieren verder ... op den rijweg aan.... Beneden in 't kamp is alles in
beweging en in verwarring. Maar opnieuw zijn eenige ruiters opgestegen en
zetten de vluchtende herten na ... den weg over ... de sawahs door ...
den berg-kampong in. .. en weer terug.. . den weg langs, over den voet
van "t gebergte---- Alles juicht, alles roept en schreeuwt!... Maax nu
juichen wij uit medegevoel voor de moedige dieren, die we zelf een oogen-
blik met onze kogels bedreigd hebben, en wier redding we nu vurig wen-